Geloof kun je niet overdragen
In het bijzonder onderwijs is de hartsgesteldheid van docenten van groot belang, stelt Wim ter Horst, emeritus hoogleraar orthopedagogiek. Kennen docenten de verborgen omgang met God? Leven zij vanuit de verwachting van het Koninkrijk? ‘Ongeïnspireerd bijbelonderricht is de ergste vorm van milieuvervuiling die ik me kan voorstellen.’
Wim ter Horst heeft niets met een mechanische manier van onderwijzen. Iemand die zijn lesjes afdraait en dat is het dan. Een ‘lespoeper’ noemt hij dat. ‘Dan je ga volledig voorbij aan het hart dat het kind van de Schepper heeft gekregen, het binnenste binnenste. Het is veelbetekenend dat iemand bij de vraag “Wie? Ik?” altijd naar zijn hart wijst en nooit naar zijn hoofd.’
‘Door dat hart zijn we in staat om lief te hebben. In het onderwijs is die liefde de uiteindelijke taak en die taak kan niet mechanisch of bedrijfsmatig worden vervuld. Wat niet per se niet wil zeggen dat er geen mechanische hulpmiddelen mogen worden gebruikt, of dat een school bedrijfsmatig niet goed in elkaar zou moeten zitten. Maar we maken ons schuldig aan ernstige kindermishandeling als we menen dat we er daarmee zijn.’
Soft gedoe?
‘We moeten ons niet teveel laten leiden door het bedrijfsleven’, vindt Ter Horst. ‘Het bedrijfsleven eist technisch hooggeschoolde werknemers en onverzadigbare consumenten. De rest wordt afgedaan als soft gedoe. Het is net het onderwijs van Sparta in het oude Griekenland. Na hun zevende jaar werden de jongens daar onderworpen aan een door de overheid voorgeschreven soort Cito-toets. Als ze hoog genoeg scoorden, gingen ze naar een interne militaire school die maar één doelstelling had: prestaties leveren.’
Recent maakte minister Bijsterveld van onderwijs bekend dat ze een verplichte toets wil voor alle kinderen in groep 3 naast de al bestaande toets in groep 8 (Trouw, 26 november 2010). ‘Ik maak me zorgen om de trend om steeds meer toetsen verplicht te stellen’, zegt Ter Horst. ‘Ik ken scholen waar leerkrachten, als ouders vragen hoe het met hun kind gaat, de code van de leerling invoeren, waarna de uitdraai met de, voor ouders gefilterde, resultaten mechanisch wordt geproduceerd. “Ziehier het antwoord op uw vraag.” Onzin. Het echte resultaat van onderwijs zie je pas als een kind op enig moment in zijn leven al het toetsbare kwijt is, of als dat even niet meer ter zake doet.’
Liefde maakt helderziend
Hoe kijk je naar anderen? Die vraag is fundamenteel in het onderwijs, zegt Ter Horst. ‘Als een leerling haar leerkracht voor de eerste keer onder ogen komt, kan ze door zijn manier van kijken, tot een “object” worden gemaakt – een ding, een bundel verschijnselen – dat afstandelijk wordt geobserveerd. Maar zijn ogen kunnen ook zeggen: “Fijn dat je er bent en nu gaan we er samen iets moois van maken.” Zoiets wordt door een kind feilloos geregistreerd en het is bepalend voor de toekomst ze samen tegemoet gaan.’
Het gezegde ‘liefde maakt blind’ klopt dan ook niet, vindt de pedagoog. ‘Liefde maakt juist helderziend. Wie van iets of iemand houdt, kan geheimen gewaarworden die voor anderen verborgen blijven.’
Moeilijker en boeiender
‘Of onderwijzen in deze tijd moeilijker is dan pakweg vijftig jaar geleden? Zeker, veel moeilijker, maar waarschijnlijk ook mooier, boeiender. Kinderen zijn veel vrijer en opener geworden. Ze slikken niet alles meer voor zoete koek wat de leerkracht zegt en doet, maar hebben een heel nadrukkelijke eigen inbreng. Voor wie geleerd heeft daarmee om te gaan, is dat een groot voordeel. Maar het is niet gemakkelijk en soms dodelijk vermoeiend.’
‘Een tweede verschil vormen de grote verschillen in culturele achtergrond op scholen. Ik weet van scholen met meer dan dertig nationaliteiten. Geeft dat een constante Babylonische spraakverwarring of is het – als op de eerste Pinksterdag – soms ook mogelijk dat zij allen de leerkracht in hun eigen taal horen spreken? De taal van de liefde in dit geval. Dat blijft ze dan een leven lang bij.’
Motor met bananen
‘Geloofsoverdracht’ vindt de pedagoog een ongelukkige term. ‘Het geloof is namelijk niet over te dragen. Kennis over het Evangelie wel. Namelijk door voorzeggen en nazeggen, van buiten laten leren en overhoren. Maar deze kennis verdwijnt als sneeuw voor de zon als leerlingen er niets mee kunnen doen; dat wil zeggen als het geen betekenis voor hen krijgt. Om het hart van leerlingen te bereiken moeten we proberen toegang te krijgen tot hun betekeniswereld. Die is voor een kleuter anders dan voor een schoolkind of een puber.’
In zijn boek ‘Wijs me de weg’ noemt Ter Horst het voorbeeld van een stamhoofd uit de diepe binnenlanden van Malakka die door een bevriende antropoloog wordt meegenomen naar Singapore. Het stamhoofd was nog nooit in aanraking geweest met de moderne westerse cultuur, maar was er wel nieuwsgierig naar. De antropoloog en het stamhoofd doorkruisten samen op allerlei manieren de stad. Toen hem werd gevraagd wat de meeste indruk had gemaakt, bleek dat een motorbakfiets te zijn waarop een grote hoeveelheid bananen werd vervoerd. Het verwonderde hem dat één mens zoveel bananen tegelijk kon vervoeren. Dat sloot aan bij zijn betekeniswereld. Al het andere was chaotisch, overweldigend en beangstigend geweest, maar nietszeggend en dus onbegrijpelijk. Het was allemaal aan hem voorbijgegaan. ‘Hij had er wel naar gekeken, maar niets gezien.’
‘Een grote valkuil is dat we dit verzuimen, dat we niet samen met onze leerlingen naar mogelijke betekenissen zoeken’, zegt Ter Horst. ‘Van pubers die vol zitten met levensvragen, hoor ik regelmatig dat de kerk prachtige antwoorden heeft op vragen die zij zichzelf nooit stellen. Volwassen kerkverlaters zeggen dat trouwens ook vaak. “De traditionele verkondiging heeft voor hen geen relevantie meer”, heet dat in wetenschappelijke taal.’
Milieuvervuiling
‘Maar de grootste valkuil is ongeïnspireerd bijbelonderricht. Dat je door alle drukte en overbodige, maar toch noodzakelijke rompslomp geen tijd over hebt voor bezinning en dus maar gauw even een les afdraait zonder erbij betrokken te zijn. Dat is de ergste vorm van milieuvervuiling die ik me kan voorstellen.’
Voor die noodzakelijke inspiratie is het broodnodig dat leraren toekomstperspectief bieden. ‘Het gebrek aan toekomstperspectief is vandaag de dag een van de grote pedagogische problemen. Als dat toekomstperspectief niet aanwezig is, kunnen kinderen en jeugdigen nergens heen. Ze raken dan gemakkelijk verstrikt in de duivelskringen van produceren en consumeren. Je ziet het bijvoorbeeld bij probleemjongeren. Er blijft voor hen niets anders over dan er maar een beetje op los te leven met Lloret de Mar als toevluchtsoord, “want in de hemel is geen bier en daarom drinken wij het hier”. Toekomstperspectief is een schaars artikel geworden. Maar waar algemene schaarste is, hebben christenen overvloed.’
Belangrijk voor het getuigenis van een christelijke school is volgens Ter Horst hoe er wordt omgegaan met dat ‘geniepige pesten’. ‘Als kinderen zich op een christelijke school niet veilig en geborgen weten, werkt de geloofsopvoeding averechts; hoe zuiver in de leer zo’n school ook probeert te zijn.’
Beter iets dan niets
Hoe ziet hij de toekomst van het bijzonder onderwijs? ‘Getalsmatig ziet het er niet zo goed uit. Verwacht wordt dat over tien jaar minder dan 12% van de ouders nog iets hebben met het christelijk geloof of de kerk. Sommige christelijke scholen zien die bui al hangen en voeren om te overleven een “low profile” beleid. Dat wil zeggen dat ze het specifiek christelijke op een laag pitje zetten om aantrekkelijk te blijven voor onkerkelijke ouders. Anders gezegd: ze gaan de algemeen religieuze markt op, net als bijvoorbeeld Trouw, de NCRV en het CDA. “Beter iets dan niets”, is hun redenering. Ik snap deze gedachtegang, maar echt gelukkig ben ik er niet mee.’
‘Een andere oplossing is dat het specifiek christelijke voorop wordt gesteld, zoals bijvoorbeeld evangelische en reformatorische scholen doen. Een vraag is of dit op den duur overal vol te houden is. Ik hoop het, met de aantekening dat deze scholen blijvend moeten zorgen dat de “dienst aan de wereld” niet wordt veronachtzaamd. Want dat lijkt me een van de belangrijkste taken die we hebben: onze eigenheid bewaren en tegelijkertijd solidair blijven met de niet-christelijke samenleving. “Tot heil des volks”, die naam is heel toepasselijk in dit verband.’
Voor dit interview is gebruik gemaakt van de boeken ‘Wijs mij weg’ en ‘Onderwijzen is opvoeden’. Beide boeken zijn uitgegeven door Uitgeverij Kok Kampen en nog steeds leverbaar.
Over Wim ter Horst
Wim ter Horst (Borne, 11 september 1929) werkt bij het basis- en het speciaal onderwijs, leidde onderwijzers en kleuterleiders op en eindigde zijn onderwijsloopbaan als hoogleraar klinische en orthopedagogiek in Leiden. Hij schreef diverse boeken over opvoeding, onderwijs en relaties, zoals ‘Wijs me de weg’, ‘Over troosten en verdriet’ en ‘Eerherstel van de liefde’.
Dit artikel verscheen eerder in De Oogst, het maandblad van Tot Heil des Volks.
Gertjan de Jong is redacteur voor www.habakuk.nu en De Oogst, het maandblad van stichting Tot Heil des Volks.
Reacties (0) - Schrijf een reactie
Meest gelezen
Recente reactie
Steun ons werk
Habakuk is een initiatief van Tot Heil des Volks. Wij zijn afhankelijk van giften.





