'God is geen vader die op afstand blijft'
Een man die zwijgend achter de krant zit. Dat is het beeld dat Werner van zijn vader had. Werner vluchtte in de armen van zijn moeder en uiteindelijk in de armen van andere mannen.
Dat stilzwijgen van zijn vader had een oorzaak, ontdekte Werner later: hij had een dramatische jeugd gehad. We moeten daarvoor nog een generatie verder terug. Werners opa, een Duitser, overleed toen Werners vader nog maar drie was. Werners grootmoeder, een Nederlandse, nam Werners vader en zijn zusje mee naar Nederland. Drie jaar later kreeg zij echter acute reuma en kon ze niet meer voor haar kinderen zorgen. Werners vader werd toen naar een weeshuis gebracht. Veel ‘vaders’ deden pogingen om hem seksueel te misbruiken, gelukkig bleef het bij pogingen.
Als jongvolwassene werd het er voor Werners vader niet beter op. In 1943 ging hij in Duitse militaire dienst. Als chauffeur reisde hij naar het oostfront, waar hij eind 1944 werd opgepakt door de Russen. Tot begin 1947 zat hij gevangen in diverse concentratiekampen. Vanwege ziekte, tbc, werd hij vrijgelaten; de Russen waren bang dat hij andere gevangenen zou besmetten.
In 1949 trouwde Werners vader, ook met een Nederlandse. Zij begon een drogisterij achter hun huis. Uit het huwelijk werden vier jongens geboren. Werner en zijn tweelingbroer waren de twee jongste zoons.
Zijn moeder regelde alles in de drogisterij en in het huishouden. Dat deed ze tot in de puntjes, herinnert Werner zich. ‘Om kwart over zes ’s avonds zat ik met mijn drie broers gedoucht en in pyjama aan tafel.’
‘Mijn moeder deed er alles aan om het mijn vader naar z’n zin te maken. Als pa thuiskwam, nam hij geen tijd om een potje met ons te ravotten. Hij schoof gelijk aan tafel.’ Na het eten las Werners moeder voor uit de kinderbijbel. Zijn vader zat dan al niet meer aan tafel, maar onderuitgezakt op de bank.
Cowboyhoed
Eén gebeurtenis uit zijn vroege jeugd maakte diepe indruk op Werner. Een paar dagen voor zijn vierde verjaardag kreeg hij er lucht van dat hij een klapperpistool met cowboyhoed zou krijgen. ‘Ik had helemaal niets met cowboys en pistolen, ik wilde een kleurdoos. Na mijn verjaardag zei ik dat tegen mijn vader. Ik weet nog waar we stonden, in het gangetje tussen de winkel en de keuken. Wat mijn vader precies zei, ben ik vergeten. Ik weet alleen nog de pijn die ik voelde na het gesprek. Het geweer en de cowboyhoed hing ik achterin de winkel aan een kapstok. Ik heb ze nooit meer aangeraakt.’
Met zijn vader had hij dus niet veel, met zijn moeder des te meer. Een ‘moederskindje’ werd hij genoemd. ‘In de puberteit is het normaal dat je interesse krijgt in meisjes. Ik voelde mij echter steeds meer tot jongens aangetrokken.’
Hij probeerde die gevoelens weg te stoppen, maar ze verdwenen niet. Als dertiger kwam hij bij toeval op een ontmoetingsplaats voor homo’s terecht. ‘Op die plek vond ik iets wat beantwoordde aan een diepe, innerlijke behoefte. Althans, zo leek het. Ik kreeg mijn eerste seksuele contact met mannen. Al snel was er geen houden meer aan. Ik kon niet meer zonder.’
Deze verlangens leken echter minder te worden toen hij een jonge vrouw leerde kennen. Werner vond haar aantrekkelijk en de gevoelens bleken wederzijds. Ze kregen een relatie. Hij nam het contact met zijn vriendin erg serieus. Zo serieus dat hij haar en zijn toekomstige schoonouders vertelde over zijn homoseksuele contacten. ‘We brachten alles in gebed. Het voelde alsof ik een periode vol verwarring achter mij kon laten.’
Binnen elf maanden trouwden ze, na anderhalf jaar werd hun eerste zoontje geboren. En ze leefden nog lang en gelukkig? ‘Was het maar zo’, verzucht Werner. ‘Ik viel terug in mijn oude leven.’
Dubbelleven
Na een paar jaar was het echter of God hem ‘in de kraag greep’. Alsof Hij zei: ‘En nu vertel je alles aan je vrouw.’ Dat deed Werner. De datum weet hij nog precies: zaterdag 12 juni 2008. Hij vertelde zijn vrouw over zijn dubbelleven: het leven van de keurig getrouwde man en dat van de homo met wisselende contacten. Zijn vrouw reageerde geschokt, maar wilde toch graag met Werner verder. Ze raadde haar man aan om contact op te nemen met Different, waarover ze wel eens had gelezen.
Werner meldde zich aan bij Different. Tijdens het intakegesprek kwam de verstoorde vader/zoon relatie ter sprake. ‘Ik moest meteen denken aan het jongetje van vier die zo graag een kleurdoos wilde voor zijn verjaardag. Ik barstte in tranen uit.’
De oorzaak van zijn homoseksuele gevoelens werd in de gesprekken bij Different na verloop van tijd steeds duidelijker. ‘Als een kind veel pijn wordt gedaan, kan hij besluiten om die pijn nooit meer te voelen. Hij sluit zich af voor de bron van die pijn. Bij mij was die bron het onbegrip van mijn vader bij het gesprek over mijn verjaardagscadeautje. Ik sloot mij daarna af voor mijn vader.’
Werners homoseksuele gevoelens waren niet zo maar verdwenen. Hij bleef ermee worstelen. Op een avond – zijn vrouw was naar haar wekelijkse zangavond – viel hij op de knieën. ‘Vader, U bent toch mijn Vader en ik ben toch Uw kind? Help mij dan alstublieft, want het lijkt of er niets verandert.’
Tot zijn verbazing zorgde die wanhoopskreet voor een verandering. Niet dat zijn homoseksuele gevoelens plotseling waren verdwenen of dat zijn pijn was opgelost. Maar hij voelde heel sterk dat God aanwezig was en naar hem luisterde. Als een Vader.
Sinds die avond legt Werner regelmatig in gebed zijn vragen en gevoelens aan zijn Vader voor. ‘Ik weet nu dat God mij daadwerkelijk hoort en helpt. Hij is niet zoals mijn eigen vader die op een afstandje zit, verscholen achter een krant. Hij luistert naar mij en leert mij meer en meer wat het betekent om man te zijn.’
Different biedt hulp bij problemen rondom seksuele identiteit. Meer weten? Kijk op www.totheildesvolks.nl/different.
Gertjan de Jong is redacteur voor www.habakuk.nu en De Oogst, het maandblad van stichting Tot Heil des Volks.
Reacties () - Schrijf een reactie
Neem bij het reageren onze regels in acht.
Meest gelezen
Recente reactie
Steun ons werk
Habakuk is een initiatief van Tot Heil des Volks. Wij zijn afhankelijk van giften.





