'Ik leefde voor feesten, drank en vrouwen'
Doordeweeks hard werken en in het weekend nog harder feesten. Zo zag Tobias’ leven er jarenlang uit. Drinken, lol maken en meisjes versieren – dat was ook het plaatje dat hij voor ogen had toen hij uit zijn woonplaats Mesum (Duitsland) naar Amsterdam toog. Het liep wat anders dan hij had gedacht.
Amsterdam, augustus 2008. Tobias had net een slaapplaats gevonden, maar het hostel beviel hem maar matig. ‘Het was een vies hostel. In de grote slaapzalen lag alles en iedereen door elkaar. Je werd er wakker van kreunende stelletjes.’
Dus checkte hij zich uit. Augustus is niet de gemakkelijkste tijd om in een Amsterdam een slaapplaats te vinden. Urenlang dwaalde Tobias langs de grachten, op zoek naar een slaapplaats. Een man tikte hem op de schouders. Een drugsdealer, zo bleek al snel. Hij vroeg Tobias of hij drugs wilde kopen. Tobias schudde zijn hoofd, maar de dealer liet hem niet gaan en ging voor hem staan. Tobias duwde hem weg.
‘Plotseling kwam de dealer heel dichtbij’, herinnert Tobias zich. ‘Alsof hij mij een knuffel wilde geven. Ik dacht: wat gebeurt er?’ Tobias duwde hem opnieuw weg en liep verder. Al snel werd hij kortademig. Dit gaat helemaal verkeerd, besefte hij. Hij voelde een stekende pijn in zijn rug en verloor het bewustzijn.
Gestoken
Tobias werd wakker in het ziekenhuis. Omringd door apparatuur, met slangetjes op zijn borst en een zuurstofmasker op zijn gezicht. Een dokter vertelde hem dat hij meerdere malen was gestoken. ‘Dat had die drugsdealer blijkbaar gedaan. Hoe het kan weet ik niet, maar de pijn van de messteken was niet tot me doorgedrongen.’
In het ziekenhuis was dat wel anders. Zonder pijnstilling was het bijna niet uit te houden. Na een paar weken werd Tobias uit het ziekenhuis ontslagen. Hoe nu verder? Iets in Tobias hield hem tegen om terug naar zijn ouders in Duitsland te gaan. ‘Het voelde alsof ik hier nog niet klaar was en er iemand op mij wachtte.’ Dus pinde hij honderd euro en ging weer op zoek naar een slaapplaats. Her en der vroeg hij naar geschikte hostels. Een voorbijganger vertelde hem over een leuk hostel in het red light district. Je kon er bijna altijd terecht.
Het klonk Tobias niet erg fris in de oren, maar hij besloot het erop te wagen. Om half twee ‘s nachts klopte hij aan bij de Shelter City. En inderdaad, ze konden nog wel een plaatsje voor hem regelen. Bovenin een stapelbed.
Normaal liggen lukte niet. Tobias had nog steeds pijn in zijn rug. Hij liet zich tegen de muur zakken. Daar viel hij uiteindelijk, half zittend, half liggend in slaap. ‘s Morgens bleek de pijn nog niet te zijn verdwenen. Integendeel. ‘Het opstaan was het ergst, ik raakte binnen de kortste keren buiten adem. Die dagen nam ik zo’n zes pijnstillers per dag. Anders hield ik het niet vol.’
Onverklaarbaar
Omdat de pijn maar bleef, ging hij naar een huisarts. Hij verwees Tobias door naar het ziekenhuis. Een arts ontdekte daar dat er nog bloed in zijn longen zat. Maar over twee weken zou dat vanzelf weggaan, verzekerde hij hem. Terug in de Shelter was de pijn nog steeds bijna niet te harden. Kennelijk zagen anderen dat ook. ‘Heb je ergens last van?’ vroeg de jongen bij de receptie hem. Tobias knikte. ‘Ik zie het, zal ik voor je bidden?’
Hij sprak een gebed uit voor Tobias. Tijdens het gebed voelde Tobias een warme gloed in zijn lichaam. Maar de pijn bleef. Tot zijn verbazing was dat de volgende dag anders. De pijn was weg! Hij was blij, maar tegelijk voelde hij zich gefrustreerd omdat hij niet kon verklaren dat de pijn zo snel was verdwenen. Had het iets met het gebed van gisteravond te maken?
Hij sprak erover met een staflid van de Shelter. ‘Je heb iets gemerkt van de genade van God’, zei hij. Woorden die Tobias amper begreep, maar toch indruk maakten. Genade, voor hem? ‘Feesten, drank en vrouwen, daar leefde ik voor. Ik had absoluut niet het idee dat God mij goedgezind was.’
Misstap
Tobias wilde meer weten over die genade en ging in de Bijbel lezen. Hij sprak over wat hij las met Shelter-medewerkers. De diepe betekenis van genade leerde hij steeds beter kennen. ‘In de kerk waarin ik opgroeide, hoorde ik alleen dat God streng was en oordeelde. Je moest je aan de tien geboden houden, anders ging het mis. De genadeboodschap die ik in de Shelter hoorde, was voor mij helemaal nieuw. Wat genade voor mij betekent? Genade is alles wat God ons geeft door Jezus Christus. Christus is in onze plaats gaan staan. Hij is onze Middelaar. Zonder Hem is onze situatie hopeloos. Dan lagen we nog steeds onder de wraak en toorn van God.’
Nadat Tobias tot geloof was gekomen, ging hij als kok werken in een restaurant aan de Nieuwmarkt. Hij voelde de zuigkracht van zijn oude leven. Een kracht die hij niet kon weerstaan. Opnieuw ging hij feesten en drinken. Tot hij tijdens een dansfestijn een misstap maakte. Tobias brak zijn been en moest tien weken op krukken lopen. ‘Het was alsof God tegen mij zei: Het is mooi geweest, ik wil dat je je op Mij richt en breekt met je afgodendienst.’
Zijn contract bij het restaurant liep af. Vervolgens werkte Tobias een tijd bij de Hema in Utrecht en verbleef hij een paar maanden bij de christelijke gemeenschap l’Abri in Eck en Wiel. In november 2010 keerde hij terug bij de Shelter, dit keer als vrijwilliger. ‘Dit is de plek waar God mij heeft gebracht. Hier mag ik mensen van over de hele wereld vertellen over de redding die er is in Jezus Christus.’ Hij werkt er nog drie maanden. En dan? ‘Dat vind ik best spannend. Na de middelbare school heb ik geen studie meer gedaan. Ik heb geen baan, geen plek om te wonen. Maar toch geloof ik dat God voor mij zorgt. Als het de juiste tijd is, laat Hij weten wat de volgende stap is.’
Meer weten over de Shelter? Kijk op www.totheildesvolks.nl/shelter.
Foto's: Jolke Bomhof
Gertjan de Jong is redacteur voor www.habakuk.nu en De Oogst, het maandblad van stichting Tot Heil des Volks.
Reacties (0) - Schrijf een reactie
Meest gelezen
Recente reactie
Steun ons werk
Habakuk is een initiatief van Tot Heil des Volks. Wij zijn afhankelijk van giften.





