Als alles tegenzit
Met een zwaar gemoed besloten de ouderling en ik om twee mensen te schrappen als leden van de kerk. De man was een dorpshoofd, die als eerste van zijn dorp christen was geworden en zich had laten dopen. Wat een vreugdevolle gebeurtenis was dat. Maar nu kwam hij al tijden niet meer naar de kerk. Het dorpshoofd probeerde bezoekers van de kerk te ontlopen. Als we hem aantroffen, beloofde hij weer naar de kerk te komen, maar het bleven lege woorden.
Een paar jaar geleden had zich een jonge vrouw bij de kerk aangesloten. Ze had een kind maar geen man. Ze was dankbaar voor de hulp die de kerk haar bood. Maar nu was ze vertrokken, had ze haar kind in de steek gelaten en reageerde ze niet op de vermaningen van de kerk. Een paar dagen later besloten we een andere vrouw uit de gemeente onder tucht te stellen. Ze was een huwelijk met een niet-christen aangegaan, en had daarbij ook aan een boeddhistische ceremonie meegedaan.
Weer een paar dagen later ging ik op bezoek bij een moeder en haar alcoholistische, zwakbegaafde zoon. Ze aarzelen. Willen ze nu christen blijven of niet? De hele omgeving verzet zich ertegen. Ik probeer hen te bemoedigen, maar dat lijkt niet veel indruk te maken.
Een week later word ik opgebeld. 'Heb je gehoord dat Koeng verongelukt is?' Koeng is een jonge vrouw uit een naburige kerk die altijd onderweg was om het Evangelie aan mensen te vertellen. Als zij er niet is, zullen er dorpen zijn waar het Evangelie niet klinkt. Samen met een aantal anderen rijd ik naar het ziekenhuis waar het lichaam naartoe is gebracht.
We worden naar het mortuarium gebracht. Het gezicht is inderdaad van Koeng. De rest van het lichaam is niet als menselijk te herkennen. Het is duidelijk dat er verschillende auto's over haar heen gereden zijn zonder te stoppen. Even later komt Koengs moeder aan bij het ziekenhuis. Niemand heeft haar nog durven vertellen wat er gebeurd is. We vangen haar bij de ingang op. Een hartverscheurend tafereel volgt.
Detectiveroman
Nog voor de begrafenis van Koeng word ik opgebeld door een andere vrouw. 'Mijn zoontje van dertien heeft zelfmoord gepleegd.' Het is een gescheiden vrouw, haar zoon woonde 400 kilometer ver weg. Op de dag van de begrafenis van Koeng kies ik ervoor naar de dodenwake voor deze jongen te gaan. Als ik op de plaats van bestemming aankom, loop ik een soort detectiveroman van Agatha Christie binnen. Er wordt gezegd dat het geen zelfmoord is, maar een ongeluk. Mensen zitten in groepjes met elkaar te praten. 'Geloof je dat het een ongeluk is?'
Laat op de avond wordt de kamer waar het gebeurd is geopend. We bekijken de situatie. Naar mijn mening is het uitgesloten dat dit een ongeluk of zelfmoord geweest is. De gesprekken gaan verder. 'Wat moeten we nu?' De moeder laat me een etui van haar zoon zien. 'Ik hou van Jezus. Ik hou van mama', staat erop.
De volgende dag is de crematie. Tot in de tempel praten mensen erover of de crematie tegengehouden moet worden en de politie ingeschakeld moet worden. Uiteindelijk gebeurt er niets.
Een week later ontdek ik een fraudezaak. Een christen blijkt onbetrouwbaar te zijn. Dat heeft een grote impact op mijn werk en op onze kerk.
Grote vraag
Dit zijn drie weken uit mijn leven als zendeling. Ik zal niet beweren dat het drie gemiddelde weken zijn. Maar het roept wel de vraag op: als alles bij mijn handen afbreekt, wat maakt het dan waard om zendeling te zijn? Of, wat algemener gesteld: als je geen resultaten ziet, heb je dan nog redenen om de Here God te dienen? Voor mij zijn er vier dingen die daar een antwoord op vormen.
• God vraagt gehoorzaamheid
God geeft opdrachten. Die opdrachten blijven geldig, ook als ze ons niet zo goed uitkomen. Als ik arm ben, geldt nog steeds: 'U zult niet stelen'. Als ik mijn vrouw zat ben (wat in het geval van mijn vrouw gelukkig onmogelijk is) geldt nog steeds: 'U zult niet echtbreken'. En als de hele wereld Christus zou verwerpen, geldt nog steeds Zijn opdracht: 'Ga heen, maak alle volken tot Mijn discipelen'.
• God is met mij bezig
Ik ben vaak druk bezig met wat ik voor God doe. In Gods ogen is het echter vast belangrijker wat Hij in mij doet. Hij heeft mij tenslotte niet nodig voor al die dingen waar ik me zo druk over maak. Terwijl ik bezig ben voor Hem, is Hij bezig met mij. Door het dienen van God heen, vormt Hij mij langzamerhand naar het beeld van Zijn Zoon. Ik geef toe, het gaat héél langzaam. Maar juist wanneer wat we doen wegvalt en wie we zijn overblijft, komt God verder met ons.
• Mijn blikveld is zo beperkt
Er is niets aan te doen, ik blijf een resultaatgericht mens. Daarom houd ik mij ook vast aan de gedachte dat als alles wat ik heb geplant afbreekt, er onder de grond misschien toch wortels zitten die later nog eens vrucht zullen gaan dragen. Ik heb in mijn zendingswerk zelden mensen tot geloof zien komen die niet al eerder het Evangelie gehoord hadden. Ik vertrouw er dan ook op dat sommige mensen die ik voor het eerst het Evangelie verteld heb, later via een ander tot levend geloof zullen komen.
• Ik moet mijn vreugde in God zelf vinden
De Bijbel roept mij ertoe op me te verheugen in de Here. Als alles voorspoedig gaat in mijn christelijke werk, kan het gemakkelijk gebeuren dat ik me ga verheugen in de vrucht van mijn werk, niet in de Here Zelf. Als ik niets overhoud dan God zelf, dan is mijn relatie met Hem het meest puur. Dan leer ik, onafhankelijk van de omstandigheden, in Christus de parel van grote waarde te ontdekken.
Dit artikel verscheen eerder in De Oogst, het maandblad van stichting Tot Heil des Volks. Klik hier voor een abonnement of een gratis proefabonnement.
Reacties () - Schrijf een reactie
Neem bij het reageren onze regels in acht.
Meest gelezen
Recente reactie
Steun ons werk
Habakuk is een initiatief van Tot Heil des Volks. Wij zijn afhankelijk van giften.






