Wachten: wat hebben we het daar vaak moeilijk mee. We willen alles, hier, nu en veel! Ongeduld kenmerkt onze samenleving. In feite komen veel van de huidige economische problemen daaruit voort. Niet wachten tot het eind van de maand voordat je je geld gaat uitgeven. Ik las ergens dat de bankrekening van zeventig procent van de Amerikanen gewoonlijk op rood staat. Amerika heeft door z’n enorme staatsschuld ook al een grote hypotheek op haar toekomstige economie genomen.
Ook in Europa groeit de schuldenproblematiek. De commercie en reclame moedigen ons ertoe aan: nu kopen en morgen - of volgend jaar - betalen. Het is een levensstijl geworden. Op de aandelenbeurzen handelen velen in toekomstverwachtingen. We kunnen niet wachten totdat het er echt is. We willen er nu al van genieten. En dat veroorzaakt vele kleine en grote tragedies.
Ongeduld
Gebrek aan geduld bracht ook Gods volk steeds in de problemen. Abraham werd ongeduldig op het uitblijven van de vervulling van de belofte van een zoon en besloot de genade een handje te helpen. Het gaf ruzie en verwijdering in zijn huishouden en de gevolgen worden nog gevoeld in de tegenstelling tussen Jood en Arabier.
Jacob was ongeduldig in het verkrijgen van Gods belofte. In plaats van te wachten op wat God zou doen, nam hij zelf het initiatief door het eerstgeboorterecht van zijn broer te kopen en later zijn vader te bedriegen. Met een gebroken gezin en broedertwist als resultaat. Ongeduld is eigenlijk een uiting van ongeloof en gebrek aan vertrouwen in God.
Wij hebben vaak de neiging op God vooruit te lopen. Waarom is Hij zo langzaam in het uitvoeren van wat wij denken dat Hij zou moeten doen? Waarom duurt het zo lang voordat Hij ingrijpt en werkelijk gerechtigheid brengt in onze situatie, in onze omgeving, in ons land, in deze wereld?
Graaicultuur
De oproep van Jacobus aan ons om geduld te oefenen, volgt direct op zijn stuk over sociaal onrecht. De rijken die leefden voor hun rijkdom, het loon dat van de arbeiders is ingehouden, de corruptie van machtigen (Jac. 5:1-6). Deze woorden van Jacobus riepen bij mij onwillekeurig beelden op van de kredietcrisis, maar ook van de vele schandalen die de laatste tijd openbaar zijn gekomen. Toplui, zelfs uit de hulpverlening en thuiszorg, hebben zich exorbitant verrijkt, terwijl veel hulpbehoevenden ontoereikende zorg kregen vanwege geldgebrek.
De uitdrukking ‘graaicultuur' is inmiddels ingeburgerd. Helaas is die niet alleen van toepassing op een kleine bovenlaag, maar op een heel groot deel van ons nog steeds overdadig levende volk. ‘We klag'n met de bek vol vret'n', zei iemand pas tegen me, toen we het over ‘de crisis' hadden.
Zijn wij misschien gaan meegraaien, omdat we het wachten op iets veel beters beu zijn?
Hans Frinsel
Hans Frinsel is zendeling en werkt in Guiné-Bissau.
|