In de Shelters, de jeugdhotels van Tot Heil des Volks in hartje Amsterdam, komen mensen regelmatig op bijzondere wijze tot geloof. Vaak gaat het om vluchtelingen of backpackers uit landen hier ver vandaan. Maar ook mensen dichterbij worden geraakt door het Evangelie. Dennis Leydecker, coördinator van de leefgemeenschap van de Shelter, vertelt over een buurtbewoner die in contact kwam met de Shelter. Een krasje op zijn auto zette zijn leven op de kop.
Ricardo groeide op in San Francisco, in een rooms-katholiek gezin. Met het geloof wist hij jarenlang geen raad. Dat veranderde toen een paar christelijke vrienden op zijn pad kwamen. Een tijd leefde hij als christen, maar daarna verzandde hij weer in zijn oudje leventje. Hij kreeg een relatie die hem steeds verder bij God vandaan hield. Toen die relatie stukliep, ging hij op reis. Weg van alles wat hem pijn deed.
In De Tweede Mijl, het inloophuis voor dak- en thuislozen van stichting Tot Heil des Volks, worden regelmatig christelijke liederen gezongen. Veel bezoekers zingen uit volle borst mee, soms met tranen in de ogen. Andere bezoekers luisteren alleen maar. Maar bijna altijd maken de liederen iets los. Dit gebeurde ook bij Anita, een vaste bezoekster van de Tweede Mail. ‘Tijdens het zingen kwam Jezus met Zijn Geest in mijn wonen.’
Jarenlang streed Marijke voor een betere wereld, maar het lukte haar niet haar eigen leven op orde te krijgen. Ze worstelde met gebrokenheid en ontrouw. Ze bedroog en werd bedrogen. Tot het moment dat God haar de ‘genadeslag' gaf. ‘God is zo anders dan alle bedrog en leugen van deze wereld. Hij is trouw.'
‘Zo is dan wie in Christus is een nieuwe schepping: het oude is voorbij, zie, het nieuwe is gekomen' (2 Kor. 5:17). Toen David (29) in december 2007 een intakegesprek had bij Different, dacht hij niet dat deze woorden werkelijkheid voor hem konden worden. ‘Ik dacht dat mijn homoseksuele gevoelens een plekje moesten krijgen. Dat de intensiteit ervan zou afnemen, had ik niet verwacht.' Lees hier zijn getuigenis.
Amsterdam geldt internationaal als stad van vrijheid, met de Wallen als topattractie en plek van ‘ultieme vrijheid’. Verhalen van prostituees geven echter een heel ander beeld van de rosse buurt. Dit deel van onze hoofdstad lijkt eerder een plek van gevangenschap dan van vrijheid. De vrouwen zijn niet zelden slachtoffer van mensenhandel of seksueel misbruik in hun (vroege) jeugd. En toch zijn ook in die gebrokenheid lichtstralen van Gods liefde zichtbaar. Dit blijkt bijvoorbeeld uit het verhaal van Nadia.
In de jaren tachtig stal de moslim Rashid een Johannes-evangelie uit de Shelter City inAmsterdam, een christelijk hostel van Tot Heil des Volks. Deze 'misdaad' betekende het begin van een zoektocht naar de waarheid. Rashid merkte hoe God, door pijn en bedreigingen, hem bij de hand nam. Hij werd op wonderlijke wijze bevrijd van zijn Jodenhaat en raakte onder de indruk van de liefde die hij zag bij christenen. Inmiddels is Rashid zelf christen en werkte hij zelfs mee aan een bijbelvertaling. Vorige maand bood hij deze vertaling aan in de Shelter.
De laatste jaren kom je in christelijke media steeds vaker ‘omgekeerde bekeringsverhalen’ tegen. Verhalen van christenen die oude zekerheden aan de kant schuiven, van hun partner scheiden of verbitterd zijn geraakt over medegelovigen. Het motief van redacties om deze verhalen te plaatsen is duidelijk. Ze willen eerlijk zijn, taboes doorbreken. Want de praktijk van christelijke deugden als liefde, geloof en zelfbeheersing is weerbarstig. Begrijpelijk. Maar toch. Soms voel je zo’n behoefte aan verhalen die eenvoudig getuigen van moed, trouw en een rotsvast geloof in Jezus.
Dagblad Trouw publiceerde deze week het indrukwekkende levensverhaal van Bob Presser (1929-2009), een joodse man met een verstandelijke handicap. Hij was bijna elf toen de oorlog begon. Aanvankelijk zat hij ondergedoken bij familie, maar in 1943 kwam hij bij de gereformeerde familie Don terecht in Vlaardingen. De familie Don behoorde tot één van de zeventien Vlaardingse families die samen vijftig joden hebben gered. Ze hielpen joden aan onderduikadressen, boden onderdak aan Amerikaanse vliegers en hadden zelf twee joodse jongens in huis.