Recht op roes?
31/03/2011 | 1065 keer gelezen

Recht op roes?

Je kunt gerust spreken van een wereldwijde epidemie. Op alle continenten zijn jongeren driftig op zoek naar de roes. Alcohol was daarbij altijd al een behulpzaam middel. Sinds de jaren zestig van de vorige eeuw is daar in de westerse wereld een belangrijk roesmiddel bijgekomen: cannabis. Hasj en marihuana worden op grote schaal gebruikt. Volgens de deskundigen wás daar helemaal niets mis mee. Tot voor kort werd er alleen maar op een laconieke manier over cannabis gesproken. Het Trimbos Instituut, de instantie die voor ons allen het wetenschappelijk onderzoek verricht, ging hierin voorop.

Onder leiding van mensen die in drugs helemaal niet zoveel kwaad zagen, werd ons voortdurend voorgehouden dat cannabis vooral een relaxte aangelegenheid was. ‘Een tevreden roker is geen onruststoker’ en ‘het enige schadelijke in een joint is de tabak’, zo werd ons voorgehouden.

Journalisten en wetenschappers stelden ons vooral gerust. Journalist Cor Wijbinga schreef in 1969 in de inleiding van zijn boek ‘Softdrugs’: ‘De onderscheiding tussen softdrugs en harddrugs is even reëel als het onderscheid tussen cola en spiritus.’ In hetzelfde boek beweerde de Leidse psychiater Kooyman dat het gebruik van softdrugs gelijk te schakelen was met het verzamelen van postzegels. In 1976 volgde de overheid deze nieuwe trend en noemde cannabis ‘drugs met een aanvaardbaar risico’. Het waren de jaren van de flower power. Nederland beleefde een soort tweede bevrijding.

Doelloos leven

Als je in die beginperiode iets te weten wilde komen over de ellende die het gebruik van (soft)drugs veroorzaakte, dan moest je naar gewone ouders luisteren. Ouders die in korte tijd al het contact met hun kinderen verloren. Ouders die hun kinderen steeds suffer en ongemotiveerder zagen worden. Ouders die hun kinderen zagen afzakken naar een totaal doelloos leven. Maar naar ouders (gezag) werd in die tijd niet geluisterd. Ouders, dat waren degenen die het gemunt hadden op je vrijheid. En dat suffe en slaperige leventje was helemaal geen probleem. Ging de wereld juist niet aan vlijt ten onder? Ook politieambtenaren en hulpverleners, die het allemaal voor hun ogen zagen gebeuren, kregen geen voet aan de grond. Het was een tijd waarin je aan alles mocht twijfelen, maar absoluut niet aan de nieuwe verworvenheden.

Dat cannabis verslavend zou kunnen zijn, was ook zo’n onbespreekbaar taboe. Alcohol en tabak, dat waren verslavende middelen, maar een joint beslist niet. Toch horen we gelukkig ook hierover steeds meer tegengeluiden. De deskundigen moeten wel. Elk jaar melden zich meer mensen bij de verslavingsklinieken. De tijd is rijp voor een ander geluid.

Krijn de Jong is stafmedewerker bijzondere projecten bij stichting Tot Heil des Volks.

Categorie: Columns Trefwoorden: alcohol (52), verslaving (19)

Gerelateerd

21/08/2008 - Krijn de Jong
04/07/2011 - Gertjan de Jong
02/09/2011 - Henk van Rhee

Reacties (0) - Schrijf een reactie

Meest gelezen

Moorden met woorden
Gert-Jan Segers op 01/05
Ontsnapt uit de hel van Kamp-14
Krijn de Jong op 02/05
Scheurmakende geestdrijvers
Otto de Bruijne op 02/05

 

 

Steun ons werk

Habakuk is een initiatief van Tot Heil des Volks. Wij zijn afhankelijk van giften.

Geef via iDeal of een machtiging.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief:

 
v