11/05/2010

Vergeten is het begin van barbarij

Gisteren, 10 mei, herdachten we het begin van de oorlog. Zeventig jaar geleden. Vorige week dachten we op 4 mei aan de doden en de dag daarop vierden we de bevrijding. Belangrijk die data. Ze geven gebeurtenissen aan. Gebeurtenissen die we niet mogen vergeten. Ook niet verderop in het jaar. Onder de kop ‘Menselijke waardigheid en vrijheid' schreef Afshin Ellian 8 mei een column in het NRC-Handelsblad. ‘Weten, daar begint de mens. Daarna volgt het geweten. Vergeten of veronachtzamen wat in dit land 65 jaar geleden plaatsvond, zou niets anders zijn dan het begin van barbarij.'
Volgens Ellian bestaat er geen geweten zonder het weten. Afshin Ellian weet waar hij het over heeft. In 1989 kwam hij als politiek vluchteling naar Nederland. Hij ontvluchtte Iran voor wat hij noemt ‘het islamofascisme'. Volgens hem zijn we ons in het Westen te weinig bewust van de unieke waarde van de democratische rechtstaat. Daardoor stellen we ons te weinig weerbaar op. Hij vindt het ondraaglijk dat Mahmoud Ahmadinejad, ‘de zelfbenoemde president van het islamitische Iran', het bestaan van de Holocaust ontkent. ‘In mijn tijd stond Auschwitz voor de vernietiging van de beschaving en menselijke waardigheid, op dit moment leren kinderen in het islamitische Iran dat Auschwitz een boosaardig Joods sprookje is.'

Gedenken en weerbaarheid

Verweren we ons nog in het Westen? Gedenken en weerbaarheid hebben veel met elkaar te maken. Willen we nu begrijpen waar het echt om gaat, dan moeten we zoveel mogelijk naam geven aan wat gebeurd is. Ook naam geven in de letterlijke betekenis. De namen van de omgekomenen. De Duitsers waren tijdens de oorlog alleen geïnteresseerd in aantallen, in cijfers. Wij zijn verplicht de slachtoffers hun namen terug te geven.

Tijdens de jaarlijkse Auschwitz-herdenking eindigt de rabbijn die de gebeden uitspreekt altijd met de indrukwekkende woorden: ‘We zullen ze niet vergeten, nooit zullen we ze vergeten'. Op een steenworp afstand van het Auschwitzmonument staat de Hollandse Schouwburg, de plaats waar de meeste Joden voor hun deportatie werden verzameld. Binnen is een gedenkmuur met alle (familie)namen van de 104.000 gedeporteerden die niet teruggekomen zijn. Namen moeten worden genoemd, verhalen moeten worden verteld. Dat is nodig voor ons geweten. De dichter Leo Vroman heeft dat in zijn gedicht ‘Vrede' onnavolgbaar verwoord. ‘kom vanavond met verhalen/ hoe de oorlog is verdwenen/ en herhaal ze honderd malen/ alle malen zal ik wenen'.

Krijn de Jong

Tags: politiek (331) gebed (110) islam (81) israël (76) armoede (50)

Krijn de Jong is stafmedewerker bijzondere projecten bij stichting Tot Heil des Volks.

Reacties () - Schrijf een reactie

Neem bij het reageren onze regels in acht.

Meest gelezen

De stille invloed van de koning
Henk van Rhee op 01/05
Het roze dictaat
Krijn de Jong op 13/05
Een radicale scheiding
Gertjan de Jong op 08/05

 

Steun ons werk

Habakuk is een initiatief van Tot Heil des Volks. Wij zijn afhankelijk van giften.

Geef via iDeal of een machtiging.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief:

 
v