Een misleidende boodschap
De Amerikaanse voorganger Rob Bell heeft vorig jaar een boek uitgegeven over de hemel en de hel: 'Love wins. A Book About Heaven, Hell, and the Fate of Every Person Who Ever lived'. Direct na verschijnen kwam dit boek binnen op nummer twee op de bestsellerlijst van de New York Times. Het werd een omstreden bestseller en er kwam een levendige discussie op gang. Onlangs verscheen bij uitgeverij Kok de Nederlandse uitgave: 'En de meeste van deze is... liefde. Een eerlijk boek over hemel en hel' – en ook in ons land is de discussie nu losgebarsten.
Rob Bell heeft een originele manier van schrijven en het boek leest makkelijk weg. Zijn woordgebruik is aansprekend en de beeldspraak die hij hanteert is vaak treffend. Hij verbindt theorie aan de praktijk en komt met aansprekende anekdotes en persoonlijke ervaringen. Zijn bewogenheid en liefde voor mensen in nood zijn voelbaar in de manier waarop hij over hen schrijft. Dit boek heeft meer positieve kanten, die ik hieronder zal uitwerken.
Pijnlijk onderwerp
Ten eerste wordt met het boek een pijnlijk, gevoelig onderwerp blootgelegd. Veel christenen belijden in theorie dat zij geloven in de hel en een eeuwige straf voor de ongelovigen. Maar gevoelsmatig zitten zij ermee in hun maag. Het is ook geen makkelijk onderwerp. Wie vindt het nu niet moeilijk te geloven dat een ongelovig familielid op weg is naar de eeuwige dood? In evangelische kring zijn er nog maar weinig predikers die durven te preken over het oordeel, laat staan over de hel. Daarom is het goed dat het onderwerp ter sprake komt.
Ten tweede, Bell roept in zijn boek op tot actie hier en nu. De Bijbel heeft alles te maken met het leven van alledag. We zijn christenen in deze wereld, we bidden en werken voor de komst van het Koninkrijk van God… op aarde. 'Het lijkt bijna dat mensen die het meest bezorgd zijn over mensen die na hun dood in de hel belanden, minder bezorgd zijn over de hellen op aarde' (pag. 88). 'Als het evangelie wordt gemarginaliseerd tot de vraag of iemand al dan niet "naar de hemel gaat", wordt het goede nieuws gedegradeerd tot een ticket, een manier om door de klapdeur te komen' (pag. 184). Sommige christenen zijn zo 'heavenly minded' dat ze 'of no earthly good' zijn – dus zich niet met de aarde bemoeien. Het is terecht dat Bell dit aan de kaak stelt. We moeten erover nadenken hoe we in het hier en nu, in de naam van Jezus, onze naaste tot zegen kunnen zijn.
Ten derde, Bell toont aan dat er veel brokken worden gemaakt omdat christenen soms snel een oordeel geven over wie er wel of niet behouden zijn. Een middelbare scholier kwam bij een auto-ongeluk om het leven. Een christen woonde de begrafenis bij en vroeg aan de vriendin van deze omgekomen jongen of hij christen was. 'Ze antwoordde dat de jongen in kwestie altijd had aangegeven dat hij atheïst was. Toen zei de vragensteller tegen haar: "Er is dus geen hoop" (pag. 13). 'Wij hebben de verantwoordelijkheid om extreem terughoudend te zijn met negatieve, besliste, definitieve uitspraken over iemands eeuwige bestemming' (pag. 167). We moeten het aan God overlaten om daarover te beslissen.
Slordig bijbelgebruik
Afgezien van deze en enkele andere terechte en wezenlijke opmerkingen, rammelt het boek van Bell inhoudelijk aan alle kanten. Hieronder noem ik enkele kritiekpunten. Ten eerste hanteert Bell een vaak vluchtig en daardoor onzorgvuldig Bijbelgebruik. Regelmatig somt hij een reeks Bijbelteksten op om een punt te maken, zonder deze teksten in hun context te plaatsen en uit te leggen. Dat noemen we geïsoleerd Bijbelgebruik. Dat Paulus schrijft dat vrouwen 'worden gered doordat ze kinderen baren' (1 Tim. 2:15) wordt door Bell gebruikt om aan te tonen dat de Schrift niet zo duidelijk is over hoe iemand gered wordt (pag. 25). Maar Paulus heeft het hier natuurlijk helemaal niet over de redding van de ziel, over de eeuwige behoudenis.
De zondares uit Lucas 7 wast met haar tranen de voeten van Jezus en droogt die met haar haren. Daarop zegt Jezus tegen haar: 'Uw zonden zijn u vergeven'. Bell schrijft dan, opnieuw om te beweren dat de Bijbel niet duidelijk maakt hoe iemand behouden wordt: 'Met jouw tranen Jezus' voeten wassen levert vergeving van zonden op?' (pag. 28). Maar Jezus beweert natuurlijk helemaal niet dat zij vergeven is omdat zij Zijn voeten met haar tranen heeft gewassen. Haar daad is een bewijs van haar geloof en vertrouwen in Christus. Jezus huilde toen Hij op een ezel Jeruzalem binnenreed. Bells uitleg: 'Ze zijn niet in staat om te zien wat deze hardnekkige eis om een gewelddadige revolutie hun zal kosten' (pag. 90). In Lucas 19:44 staat echter: '...omdat u het tijdstip waarop er naar u omgezien werd, niet hebt onderkend'. Bell interpreteert het Bijbelgedeelte vooral maatschappelijk – want dat past in zijn straatje – maar Jezus Zelf spreekt over het geestelijke, over het ongeloof van de Joden in de Messias. En zo kan ik nog wel even doorgaan.
Dogmatische bril
Deze slordige manier van omgaan met de Schrift diskwalificeert de leer die Bell in ons midden legt. Voortdurend worden teksten even vlug geciteerd en uitgelegd. Op sommige pagina's gaat hij van hot naar her in de Bijbel. De grote lijn van zijn verhaal komt dan ook niet voort uit eerlijk luisteren naar de Bijbel, maar uit een vooraf bepaalde visie op de materie. Hij probeert teksten te vinden die zijn kijk onderbouwen, maar laat hele grote andere noemers uit de Schrift liggen. Het tekst met tekst vergelijken en daardoor komen tot een verantwoorde, Bijbelse theologie ontbreekt geheel. Met de dogmatische bril van de alverzoening op leest Rob Bell de teksten die hem uitkomen. Zijn eigen versie van Gods reddingsplan legt hij over teksten heen.
Heersende filosofie
Vaak komt on-Bijbelse theologie voort uit beïnvloeding door de heersende filosofie om ons heen. De volgende citaten uit het boek doen mij newage-achtig aan: 'Er is in de wereld een energie, een vonk, een lading, waar alles op aangesloten is. De Grieken noemden dit zoe, de mystici "Geest" en Obi-Wan (Star Wars-personage, red.) had het over "De Kracht" (p. 152). 'Jezus leefde en leerde alsof de hele wereld voor Hem een ijle plaats was met eindeloze dimensies van het goddelijk ondeelbaar dichtbij, terwijl elk moment en iedere plek gewoon een volgende beleving is van de goddelijke werkelijkheid die overal om ons heen is, ons doordrenkt, en onafgebroken onder en boven ons is' (pag. 70).
De goddelijke werkelijkheid is in iedereen. Dat staat toch wel heel ver af van de boodschap van de apostelen: 'Bekeert u, en u zult de gave van de Heilige Geest ontvangen' (Hand. 2:38). In het hele boek wordt niets gezegd over de bekering tot Christus, de noodzaak van de wedergeboorte en de oproep van de Bijbel om in Jezus Christus te geloven, om daardoor het eeuwige leven te ontvangen (Joh. 20:31). Nee, Bell schrijft: 'Het is er eenvoudig. (…) Jezus vergeeft hun allemaal, zonder dat ze erom vragen. Geregeld. Voor elkaar' (pag. 195).
Oorstrelende dwaalleer
Het beeld van God dat hierbij past is die van de alleen maar lieve God, die niet oordeelt. Bell kan een liefdevolle God en een oordelende God niet met elkaar rijmen. Daarmee wordt het Evangelie van Jezus Christus, en Die gekruisigd, van zijn kracht beroofd. Juist aan het kruis van Christus komen de liefde van God en de heiligheid van God bij elkaar. De Bijbel leert heel duidelijk dat het probleem van de mens is dat hij schuldig staat ten opzichte van God en dat God de zonde niet ongestraft kan laten (zie onder andere Heb. 9:22).
De straf op de zonde komt van God. Jezus stierf aan het kruis omdat God een God is Die de zonde straft. De mens moet gered worden van het oordeel van God. Bell ontkent dit heel direct. Nadat hij de verzoeningsleer heeft genoemd, schrijft hij: 'Mensen krijgen op subtiele wijze te horen dat Jezus ons redt van God. Laat dit ondubbelzinnig duidelijk zijn: wij hoeven niet gered te worden van God' (pag. 189). Toch is dit de diepte van wat er aan het kruis gebeurde: de gerechtigheid van God eist de dood van de zondaar. Inderdaad, God Zelf is de grootste bedreiging voor de mens. Inderdaad, God heeft een dag bepaald waarop Hij de wereld rechtvaardig zal oordelen (Hand. 17:31). Maar de liefde van God leidde Hem ertoe om Zijn Zoon te geven als een verzoening voor onze zonden. God heeft Zijn Zoon gestraft in plaats van ons. Als je het oordeel wegneemt, kun je helemaal niet begrijpen wat er aan het kruis is gebeurd.
'Wij hoeven niet gered te worden van God.' Dit citaat van Bell was voor mij de druppel die de emmer deed overlopen. Deze voorganger brengt een dwaalleer – een leer die wel het gehoor streelt, maar niet overeenkomstig de gezonde leer is. Dit soort ontwikkelingen zijn dan ook al lang geleden voorzegd door de apostel Paulus: 'Want er zal een tijd komen dat zij de gezonde leer niet zullen verdragen, maar dat zij zullen zoeken wat het gehoor streelt, en voor zichzelf leraars zullen verzamelen overeenkomstig hun eigen begeerten' (2 Tim. 4:3).
Naar aanleiding van het boek: En de meeste van deze is… liefde. Een eerlijk boek over hemel en hel, door Rob Bell, 206 blz., prijs € 18,50. Uitgeverij Kok, Kampen, 2012.
Reacties () - Schrijf een reactie
Neem bij het reageren onze regels in acht.
Meest gelezen
Steun ons werk
Habakuk is een initiatief van Tot Heil des Volks. Wij zijn afhankelijk van giften.





