Overleven onder vervolging
Hoe overleven christenen onder een agressief atheïstisch regime? Kinderrijke gezinnen zonder christelijke literatuur, maar wel met een wetgeving die elke religieuze beïnvloeding van minderjarigen strafbaar stelt en de Bijbel als verboden lectuur beschouwt? Wat is de levenskracht van een gemeente die decennialang gebukt gaat onder de wreedste vervolgingsmethoden? Een terugblik op de gruwelijke jaren voor de val van het communisme in de Sovjet-Unie. Geloofsvervolging kent veel facetten. De oorzaken van boetes en meerjarige strafvervolging liggen in het verspreiden van de Bijbel, het prediken van de Bijbelse inhoud en vooral: het beïnvloeden van minderjarigen. Zoals alle totalitaire regimes heeft ook de Sovjet-Unie alle internationale verdragen met betrekking tot mensenrechten en godsdienstvrijheid ondertekend. Iedere inwoner mag in God geloven, zeker! Als je er buitenshuis maar niet over spreekt.
Het is inmiddels vijfentwintig jaar geleden dat de eerste gevangenen werden vrijgelaten. De jaren voor ‘de Wende’ zijn nog zwaar en moeilijk. Terwijl de hele wereld schrijft en spreekt over de perestrojka en glasnost van Gorbatsjov, voltrekken zich juist in die tijdsperiode de meest meedogenloze gebeurtenissen. Voor het eerst sinds jaren(!) verdwijnen moeders van kinderrijke gezinnen in de strafkampen. Bekende predikers die in 1985 en 1986 na vijf jaar strafkamp zouden vrijkomen krijgen zonder enige vorm van proces een verlenging van hun straftermijn.
Bijbel in je hart
Toch ontmoeten we in hen een gemeente die blijmoedig de weg van het lijden gaat. Het geheim van haar vitaliteit is de levenwekkende kracht van het Woord van onze God. De Bijbel – die slechts schaars of in gedeelten aanwezig is – wordt met de hand van elkaar overgeschreven. Van jongs af worden de kinderen vertrouwd gemaakt met de verhalen uit de Bijbel. In elk Russisch gezin wordt veel aandacht besteed aan het aanleren van Bijbelteksten. Want: bijbels kunnen worden geconfisqueerd, maar de Bijbel die je in je hart meedraagt kan je niet worden afgenomen.
Huisgodsdienst heeft een grote plaats in het gezinsleven. Zo leren kinderen, zo klein als ze zijn, om met hun eigen woordjes God aan te spreken in het gebed. Het is de Russische gelovigen eigen elke morgen de dag met klein en groot te beginnen – op de knieën. Zo wordt de dag ook afgesloten. Vader leest en bespreekt een paar teksten uit de Bijbel, gezamenlijk worden enkele liederen gezongen en alle kinderen spreken met eigen woorden een gebed uit dat door vader of moeder wordt afgesloten. De kinderen groeien op in een harde werkelijkheid. Een realiteit waardoor jongeren al vroeg de betekenis leren van het ‘niet van deze wereld zijn’. Het ‘gast- en vreemdelingschap’ behoeft geen uitleg: zij begrijpen het uit de dagelijkse praktijk. Discriminatie en pesterijen op school, huiszoekingen waar het veelal op grove wijze toegaat, gewelddadige verstoringen van diensten. Deze pijnlijke confrontaties maken dat zij al vroeg het leven zien in het perspectief van de eeuwigheid.
Toch zijn deze kinderen zeker niet zielig. Zij tellen helemaal mee en worden actief betrokken bij de samenkomsten. In Rusland wordt zowel in de gezinnen als tijdens het samenkomen van de gemeente veel gezongen en gemusiceerd. Ook daar hebben de kinderen al jong een aandeel in. De teksten die ze thuis hebben geleerd mogen ze tijdens de diensten opzeggen. Dit alles geeft kinderen een besef van betrokkenheid, erbij te horen. Zij ondergaan mét hun ouders de gevolgen van de represailles van de overheid. Dus ook als verboden openluchtbijeenkomsten met gummiknuppels uit elkaar worden geslagen. Natuurlijk is dat een geweldig emotionele aanslag op een kinderziel. Daar staat echter tegenover het mee-ervaren van het spreken en handelen van God in concrete levenssituaties. Het maakt dat de kinderen vaak jonge volwassenen lijken.
Vindingrijk en creatief
Geloofsvervolging valt veelal samen met een wetgeving die beïnvloeding van minderjarigen verbiedt. Anders gezegd: je mag met opgroeiende kinderen over alles praten, maar niet over het Evangelie. De overtuiging dat zij God meer gehoorzaam moeten zijn dan de overheid, maakt gelovigen vindingrijk en creatief. Dwars door alle teleurstellingen en onmogelijkheden heen vinden zij wegen en middelen om kinder- en jeugdwerk aandacht te geven. Er is hulp en aandacht voor kinderen van gevangen predikers of van voorgangers die hun dienst ondergronds (dus buiten hun gezin) in Gods Koninkrijk verrichten. Op strikt geheime plaatsen worden voor hen speciale kinderkampen georganiseerd om in een christelijke sfeer wat vreugde en afleiding in hun leven te brengen.
Dit is maar een impressie van wat er aan ‘de val van de muur’ voorafging. In de zuidelijke voormalige Sovjetrepublieken, de landen van Centraal-Azië en de Kaukasus is door de sterke islamitische invloeden nu sprake van een soortgelijke situatie. Zoals we dat ook weten van Noord-Korea, Afghanistan, de landen en het Midden-Oosten en Noord-Afrika. De kern waar vervolging zich op richt is: verspreiding van de Bijbel, de prediking en de opvoeding van kinderen.
Geestelijke strijd
Het gaat hier niet om een religieuze of politieke visie. Het laat wel duidelijk zien dat er wereldwijd – en evenzeer in ons land – op de fronten een strijd gaande is tussen de geest van Christus en de geesten uit de afgrond. Een diepe geestelijke strijd om de zielen van mensen. Ziet u de verraderlijke overeenkomst tussen een wetgeving die elke religieuze beïnvloeding van minderjarigen strafbaar stelt en de ontwikkeling die in ons land gaande is? Hoe ver is de tijd van ons af dat we in ons land thuis mogen denken en geloven wat we willen, maar daarbuiten geacht worden daarover te zwijgen?
Wat nog belangrijker is: hoe gaan ‘de rechten van het kind’ zich in Nederland ontwikkelen? Wie houdt hier de vinger aan de pols? Dan gaat het nog niet over ‘de vrijheid’ van het christelijk onderwijs waarover de zorg ook toeneemt. Nee, hoe ‘vrij’ zijn we straks nog om met onze kinderen te spreken over onze Schepper? Dat Hij Zijn verloren schepping zó heeft liefgehad dat Hij daarvoor Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft? Hoe lang duurt het nog dat religie oké is, maar dat onze kinderen vrij van beïnvloeding moeten zijn om, als ze straks meerderjarig zijn, onbevooroordeeld een keuze te kunnen maken? Zijn wij en onze kinderen daar klaar voor? Alleen als we geworteld zijn in het Woord van de levende God hebben we het gereedschap in handen om, met de bewogenheid van Christus, de rijkdom van Gods liefde en genade over te dragen aan onze kinderen.
Dit artikel verscheen eerder in De Oogst, editie februari, het maandblad van Tot Heil des Volks.
Reacties (15)
Meest gelezen
Recente reactie
Steun ons werk
Habakuk is een initiatief van Tot Heil des Volks. Wij zijn afhankelijk van giften.





