Onder druk
06/02/2012 | 448 keer gelezen | 11 Reacties

Onder druk

Geloofsvrijheid staat onder druk in Nederland. Politieke krachten proberen het geloof naar de marge te drukken en geloofsoverdracht, met name naar kinderen, te beperken. Er zijn andere landen in de wereld, onder andere in Afrika, waar de overheid, in tegenstelling tot Nederland, juist gewetensvrijheid en geloofsvrijheid probeert te waarborgen. Dat valt niet altijd mee in culturen waarin dat geen gemeengoed was.

De overheid van Guinée-Bissau voert actief een politiek van geloofsvrijheid, maar toch is er veel onvrijheid en soms zelfs vervolging. Vier jaar geleden werden een voorganger en een aantal jongeren uit een kerk gesleept en gedwongen naar de heidense inwijdingriten van hun stam gevoerd. Een legereenheid kwam hen bevrijden. Vaker is vervolging echter veel subtieler. Als iemand Christus wil volgen zijn er eerst de zachte woorden om de ‘dwalende’ terug te halen. Daarna voert men de druk op met dreigementen. Het gevaar om uit het familieverband gestoten te worden is een schrikbeeld voor velen, zeker voor jonge mensen die van hun familie afhankelijk zijn.

Angst

Mbemba, een jonge man die ons helpt bij het vertalen van bijbelverhalen in het Biafada, is al sinds zijn kindertijd geïnteresseerd in het Evangelie. Hij en Braima, een andere Biafada jongen, waren in de tachtiger jaren de beste vrienden van onze oudste zoon. We zagen hen elke dag en ze gingen trouw naar de zondagsschool. Mbemba vertelde ons dat hij eigenlijk christen had willen worden, maar angst voor reacties van zijn islamitische familie hield hem tegen. Hij was van hen afhankelijk, omdat hij nog een onderwijzersopleiding volgde. Dit jaar is hij afgestudeerd. Hij hoopt op werk op een school dicht bij ons in de buurt. We zien dat hij openstaat, maar geestelijke steun zoekt om de beslissing te nemen.

Afhankelijk

Enkele weken geleden was Braima, de andere vriend, hier om ons te helpen in de Biafada taalstudie. We hadden heel goede gesprekken met hem. Hij vertelde dat hij in zijn hart eigenlijk ‘evangelisch’ is en geen moslim, omdat hij als kind bij ons het Evangelie hoorde. Zijn vader, die sympathiek tegenover ons werk stond, had er nooit een probleem mee dat zijn zoontje naar de kerk ging. Toen hij in de negentiger jaren als tiener naar de hoofdstad ging om verder te leren, bezocht hij een evangelische gemeente. Maar zijn tante waarbij hij in huis kwam, verbood het hem na enige tijd. Afhankelijk als hij was, had hij geen keus.

Psychische druk

Toen zijn vader overleed, ging Braima terug naar het dorp. Maar ook daar werd het hem moeilijk gemaakt om naar de kerk te gaan: zijn moeder verbood het hem. ‘Ik had niemand om me te steunen’, vertelde hij ons. Hij hoopt dat wij weer in zijn dorp komen wonen en vroeg ons nadrukkelijk om voor hem te bidden. Hij is nu dertig jaar en kan zijn eigen beslissingen nemen.

In de afgelopen vijftien jaar zijn de Biafada’s echter veel sterker islamitisch geworden. Als Braima besluit Christus te volgen, zal er zeker grote druk op hem uitgeoefend worden door zijn familie. Dat zal zich niet uiten in fysiek geweld, maar wel in psychische druk en dreiging om uit de gemeenschap gestoten te worden.

Verstoten

Voor ons westerlingen is de omvang van dat probleem vaak moeilijk te vatten. Wij zijn zo onafhankelijk van anderen. In veel moslimlanden, en vooral in Afrika, leven mensen in gemeenschappen waar het belang van de groep vooropstaat. Je bent afhankelijk van elkaar. Je niet conformeren aan de groepsidenteit vormt een groot probleem. Tegen de wil van de groep ingaan wordt ervaren als een bedreiging voor de hele gemeenschap. Uitgestoten worden betekent leven zonder de steun van de gemeenschap, en dat is bijna onmogelijk.

In een buurland bezochten we vorig jaar een geloofsgemeenschap van ex-moslims. Veel van hen wonen in een gemeenschap van de kerkelijke gemeente. Zij waren door hun bekering alles kwijtgeraakt: hun familie, hun huis, sommigen zelfs hun vrouw en kinderen. De gemeente vormt voor hen een noodzakelijke nieuwe gemeenschap. Sommigen lukt het om later de band met de familie te herstellen. Dat is natuurlijk de ideale situatie, want juist dan kunnen mensen in die omgeving de kracht van het Evangelie en de liefde van God ervaren.

Geaccepteerd

Mamadu Mané is een Biafada christen die ons het afgelopen jaar heeft geholpen in het vertaalwerk. Hij studeert nu op de Bijbelschool. Toen hij vijf jaar geleden tot geloof kwam, werd hij aanvankelijk fors vervolgd door zijn familie. Zijn oudere broer, een legerofficier, sloot hem zelfs op in een cel van de kazerne. Die broer werd door een hogere officier op de vingers getikt: het was misbruik van zijn positie om iemand op te sluiten om zijn geloof. Het land kent immers geloofsvrijheid.

Mamadu’s familie verstootte hem. De gemeente ving hem op. Toen zijn vader kort daarop overleed, werd hij daarover niet geïnformeerd. Dat is voor de Afrikaan een zeer ernstige vorm van afwijzing. Van zijn kant bleef hij echter wel contact zoeken met zijn familie. Uiteindelijk zagen zij de positieve verandering in zijn leven en langzamerhand veranderde hun houding. Nu wordt hij weer volledig geaccepteerd en bij elk familieberaad betrokken.

Heilzame druk

Wij mogen opkomen voor geloofsvrijheid. Maar we moeten ons afvragen wat meer vrucht oplevert: een situatie waarin iemand die tot geloof in Christus komt geen enkele tegenstand ondervindt, of een situatie waarin men die persoon de vrijheid wil ontzeggen om zijn overtuiging te volgen. Als een gebrek aan tegenstand voortkomt uit onverschilligheid, zal men ook niet geïnteresseerd zijn in de verandering in iemands leven. Maar in het tweede geval is de omgeving heel sterk betrokken op de persoon in kwestie en kan die omgeving daardoor ook de echtheid van zijn geloof en de kracht van het Evangelie zien.

De afwezigheid van geloofsvrijheid hoeft geen negatief effect op het geestelijk leven te hebben. Integendeel: de geschiedenis leert ons dat gemeente van Christus onder druk juist krachtig wordt. We maken ons terecht druk om de aanslagen op onze geloofsvrijheid, maar moeten we niet veel meer bezorgd zijn over de kwaliteit van het geestelijk leven in onze kerken?

Dit artikel verscheen eerder in De Oogst, editie februari, het maandblad van Tot Heil des Volks.

Hans Frinsel is zendeling en werkt in Guiné Bissau.

Gerelateerd

08/02/2012 - Rien Uijl
16/02/2012 - Henk van Rhee
21/04/2008 - Kim ter Berghe

Reacties (11)

Meest gelezen

Moorden met woorden
Gert-Jan Segers op 01/05
Ontsnapt uit de hel van Kamp-14
Krijn de Jong op 02/05
Scheurmakende geestdrijvers
Otto de Bruijne op 02/05

 

 

Steun ons werk

Habakuk is een initiatief van Tot Heil des Volks. Wij zijn afhankelijk van giften.

Geef via iDeal of een machtiging.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief:

 
v