Een nieuwe toren van Babel?
18/01/2012 | 504 keer gelezen | 5 Reacties

Een nieuwe toren van Babel?

‘De afgod die globalisering heet’, stond er boven een artikel van cultuurhistoricus en publicist Thomas van der Dunk in het blad Transfer (over internationalisering van het onderwijs) van november 2011. De schrijver geeft daarin af op ‘megalomane universiteitsbestuurders’, die alleen nog maar kunnen denken in termen van grootschaligheid en het verkrijgen van internationale faam. Globalisering in dienst van de ‘grootheidswaan’, het lijkt zich niet te beperken tot onderwijs. In dit artikel denken we na over wat globalisering mogelijk maakt en wat de gevolgen ervan kunnen zijn.

De mondialisering is in feite bij de kerk begonnen. De Heere Jezus heeft Zijn discipelen opgedragen om het Evangelie te verkondigen in Jeruzalem, dan verder naar heel Judea, door naar Samaria en van daar uit zelfs tot het uiterste van de aarde (Hand. 1:8). Nog steeds worden zendelingen uitgezonden om naar uithoeken van de aarde te gaan om mensen bekend te maken met het Evangelie. Het gevolg is dat we elke zondag in de kerk onze belijdenis mogen uitspreken “in gemeenschap met de kerk van alle tijden en alle plaatsen”. Die kerk is inderdaad mondiaal geworden. We komen steeds dichter bij de dag dat de laatste uithoek van de aard bereid is en het getal vol is van hen, die de Heere wil toebrengen tot Zijn gemeente. In die zin moeten we als christenen geweldig dankbaar zijn voor de steeds verdergaande mogelijkheden om afstanden te overbruggen en zo het Woord op alle plaatsen van de wereld te kunnen brengen.

Dorens en distels

De techniek heeft bij dat alles een belangrijke rol gespeeld. De wereld is vooral zo klein geworden door technieken voor transport en communicatie. Dankzij de ontwikkeling van nieuwe transportmiddelen en nieuwe communicatiemiddelen zijn we in staat steeds sneller ons te verplaatsen en over steeds grotere afstanden, en om geluid en beeld snel en over grote afstanden over te zenden. Zendingsorganisaties weten daar alles van. De MAF en Trans World Radio zouden niet bestaan zonder deze ontwikkelingen. De mogelijkheid om technische hulpmiddelen te bedenken en te maken is ons door de Heere Zelf gegeven. Na de zondeval geldt nog dat wij voor de aarde mogen zorgen, en in die roeping zit ook ons technisch bezig zijn besloten.

Wel moeten we ons realiseren dat het niet meer de Hof van Eden is, waarvoor wij zorgen. Het is een aarde, die dorens en distels voortbrengt. Dat zal zo blijven totdat Christus terugkomt en de Vader alle dingen nieuw maakt. Tot die tijd mogen wij voor de aarde zorgen, wetend dat we met onze arbeid de vloek niet kunnen wegnemen. Maar we mogen de techniek ontwikkelen om daarmee iets te laten blijken van het doel waartoe de Heere ons gemaakt had: Hem te verheerlijken. Middelen bedenken en voortbrengen die ertoe bijdragen dat Zijn Goede Boodschap over de hele aarde verspreid kan worden valt daar zeker onder.

Toren bouwen

De zondeval heeft echter meer gebracht dan dorens en distels uit de aarde. Ons hart is van nature niet meer gericht op dat verheerlijken van God. Dat doortrekt ook ons technisch bezig zijn. Duidelijk wordt dat zichtbaar in de bouw van de toren in de vlakte van Sinear (Gen. 11). Met techniek wilde de mens God naar de kroon stekendoor een toren te bouwen die tot in de hemel reikte. Toen heeft God dat verstoord, maar dezelfde drang zit nog altijd in ons. Wij willen onszelf laten gelden, omdat de verblinding van de zonde ons wijsmaakt dat wij zelf weten wat goed en kwaad is en dat wij van nature goed zijn. Zo ontstaan er enorme verwachtingen ten aanzien van de techniek, wanneer de ten diepste toch goede mens zich daarin uitleeft. In een humanistisch mensbeeld is de verwachting dat vrede en welzijn vanzelf zullen ontstaan wanneer de mens zich uitleeft in de ontwikkeling van middelen om over grote afstanden te reizen en te communiceren. Een humanistisch mensbeeld staat daarin haaks op een christelijk mensbeeld. In een christelijk mensbeeld zit de erkenning dat mensen van nature niet goed, maar juist zondig zijn. Door Gods genade komt dat zondige er niet altijd even sterk uit, maar de humanisten leiden daar uit af dat het met de mens dus nog best meevalt.

Mondiaal kruitvat

Maar heeft het humanisme het gelijk aan zijn kant? We merkten op dat er zegen rust op het gebruik van techniek wanneer die worden ingezet in de context van Gods Koninkrijk. Maar wat gebeurt er als diezelfde middelen worden ingezet ten dienste van het humanistisch ideaal? Leidt dat werkelijk tot vrede en welzijn? Zien we niet minstens evenzeer dat we dankzij de techniek ook woorden van haat en oorlogstuig snel en over grote afstanden zijn gaan verplaatsen? Is de wereld niet tegelijk een mondiaal kruitvat geworden? Heeft de mondialisering van de economie er niet voor gezorgd dat de uitbuiting van de aarde op een hoger en nog ernstiger niveau getild is? Is alles lokaal opgemaakt, dan halen breiden we het probleem van de uitputting uit naar elders. Genoeg is het nooit.

Economische crisis

Ondanks dit alles moeten we constateren dat een aantal problemen alleen nog maar op mondiale schaal kan worden aangepakt. De milieuproblemen met name hebben een mondiaal karakter gekregen. Was er vroeger alleen sprake van lokale vervuiling of uitputting van grondstoffen en energie, tegenwoordig hebben we in broeikaseffect en afnemende ozonlaag te maken met problemen die op mondiaal niveau spelen. Zulke problemen kunnen alleen worden aangepakt als wereldwijd de overheden het eens worden over maatregelen om deze problemen te bestrijden en, beter nog, te voorkomen. Hetzelfde geldt voor de economische problemen. Er is zoveel handel tussen landen ontstaan dat een economische crisis niet meer beperkt blijft tot het land dat er direct door getroffen wordt. Het is dus te begrijpen dat men pogingen onderneemt om bevoegdheden op hoog (liefst mondiaal) niveau te creëren die bevoegdheden op lager (nationaal) niveau kunnen dwingen concrete maatregelen te nemen.

Omslag?

Tegelijk zien we dat zulke pogingen geen enkel effect hebben wanneer we niet erkennen dat er voor alles een verandering van het hart nodig is. Zolang wij gedreven blijven door zondige begeerten helpt het niets om de gevolgen van de zonde aan te pakken op een meer mondiaal niveau. Dan ontstaat alleen maar een besluitvorming die nog grotere negatieve gevolgen heeft dan een nationale of lokale. Pas wanneer de techniek niet meer ten dienste van beheersingsdrift en hebzucht komt te staan, maar ten dienste van liefde en dienstbaarheid komt een oplossing van de problemen op mondiaal niveau in zicht.

Het is de vraag of we zo’n omslag nog mogen verwachten. Dat zou ons moeten brengen tot terughoudendheid in het creëren van mondiale machten. Pas na de wederkomst wordt de aarde een ‘global city’, die het Nieuwe Jeruzalem heet. Tot die tijd leven we in de gebrokenheid en hebben we de zonde in ons terdege in rekening te brengen bij al ons pogen globalisering in te zetten om wereldproblemen op te lossen. Doen we dat niet, dan zouden we wel eens bezig kunnen zijn om Gog en Magog tot de oorlog te verenigen (Openb. 20:8). We lezen in het boek Openbaring dat er een enorme machtsconcentratie zal plaatsvinden die zich in een laatste verzetspoging keert tegen God. Het is om te huiveren voor wie God niet erkent, maar tegelijk wordt dan spoedig het gebed om recht van de zielen onder het altaar verhoord (Openb. 6:9,10).

Afhankelijkheid

Wat betekent dit nu voor een gewoon christen-mens? Gaat globalisering niet ver over onze hoofden heen? Is dat niet slechts voor politici en andere hooggeplaatsten? Wat kunnen wij als individuele christenen daarin betekenen? Heel belangrijk is om te bidden voor hen die er rechtstreeks mee te maken hebben: onze overheden. In Nederland, maar ook op Europees niveau mag de stem van de christelijke politiek nog gehoord worden.

Laten we bidden om wijsheid voor hen die daar proberen een Bijbelse visie op globalisering te vertalen in politiek beleid. Maar laten we ook door ons eigen gedrag laten zien dat we de oplossing van maatschappelijke problemen niet verwachten van de zogenaamde goede mens die daar met techniek wel iets op vindt. Laten we steeds uitkomen voor onze afhankelijkheid van Hem, die alleen voor een volkomen uitkomst kan en zal zorgen. Christenen moeten weer meer het beeld van de pelgrim gaan vertonen in plaats van zich te verslingeren aan deze wereld. Als dat uitkomt in de kleine dingen, zal het ook invloed hebben op de grote. Wij leven in spannende tijden.

Dit artikel is eerder verschenen in De Oogst (editie januari 2012), het maandblad van Tot Heil des Volks.

Marc J. de Vries is bijzonder hoogleraar Christelijke Filosofie (reformatorische wijsbegeerte) aan de Technische Universiteit Delft.

Gerelateerd

04/05/2011 - Henk van Rhee
09/08/2011 - Hans Frinsel
21/07/2011 - Henk van Rhee

Reacties (5)

Meest gelezen

Moorden met woorden
Gert-Jan Segers op 01/05
Ontsnapt uit de hel van Kamp-14
Krijn de Jong op 02/05
Scheurmakende geestdrijvers
Otto de Bruijne op 02/05

 

 

Steun ons werk

Habakuk is een initiatief van Tot Heil des Volks. Wij zijn afhankelijk van giften.

Geef via iDeal of een machtiging.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief:

 
v