Opdat zij één zijn...
De eenheid van gelovigen, dat stelt Jezus centraal in het hogepriesterlijk gebed. Dat is waardoor de wereld in Hem kan gaan geloven (Joh. 17:20). Het is dan ook terecht dat veel christenen verlegen zijn met de kerkelijke verdeeldheid in Nederland. In onze zoektocht naar eenheid moeten we echter niet aan de oppervlakte blijven steken.
Er zijn al geruime tijd allerlei initiatieven gaande om de kerkelijke eenheid te bevorderen. Fusies van kerkgenootschappen, kanselruil, evenementen als de nationale synode, manifesten van eenheid, enzovoort. Het is goed om naar eenheid te zoeken op theologisch en organisatorisch vlak. Toch denk ik dat we daarin niet moeten blijven steken. Hoe onze eenheid aan de buitenkant vorm krijgt, is een zaak van tweede orde. In de eerste plaats moeten we ons afvragen: welke eenheid kan de wereld nu écht overtuigen van de waarheid van Jezus’ woorden?
Ik denk dat de eenheid tussen gelovigen het beste tot uitdrukking komt op gebieden waarin normaal gesproken scheiding is tussen mensen. Paulus noemt in Galaten 3:28 drie van die gebieden: ‘Hierbij is geen sprake van Jood of Griek, van slaaf of vrije, van mannelijk en vrouwelijk: gij allen zijt immers één in Christus Jezus.’ Deze tekst laat zien waar eenheid begint: in de relaties tussen verschillende gelovigen.
Jood en heiden
Paulus begint met een heel fundamentele scheiding in de vroege kerk, die van Joden en heidenen. Deze scheiding is onze tijd nog steeds actueel, vooral voor Messias-belijdende Joden en hun relatie tot de kerk uit de volken. Deze tekst kunnen we echter ook breder vertalen naar de scheiding tussen mensen van verschillende rassen en volken. Waar in de wereld wantrouwen en geweld tussen bevolkingsgroepen heersen, kan de kerk een krachtig getuigenis geven door een gemeenschap te zijn waarin deze scheidingen wegvallen. Dit zie je waar Nederlandse kerken christen-asielzoekers in hun midden opnemen. Of waar gelovigen van elkaar vijandig gezinde bevolkingsgroepen elkaar vinden in Christus.
Een ander voorbeeld is de samenwerking van christenen uit verschillende landen in zending. Denk aan de schepen van OM, waar een zeer diverse gemeenschap van zendelingen samen op een schip woont. Regelmatig spreken bezoekers van die schepen daarover hun verwondering uit. Helaas heeft de kerk zich op dit gebied lang niet altijd onderscheiden van de wereld. Denk aan de apartheid in Zuid-Afrika en de rassenscheiding in de Amerikaanse kerken. Ik denk dat dit het getuigenis van de kerk veel meer schaadt dan het feit dat we in verschillende gebouwen onder verschillende vlaggen samenkomen.
Arm en rijk
Paulus gaat verder met een sociaal-economische scheiding, die van slaaf en vrije. Wij hebben in Nederland ook arme en rijke buurten, ‘goede’ en ‘slechte’ milieus. In sommige landen gaat deze kloof nog veel dieper. Mensen van verschillende sociale klassen leven er totaal gescheiden en komen nauwelijks met elkaar in aanraking. In Christus mag dat niet zo zijn. Vanaf het eerste begin van de kerk zie je dat deze scheiding haar kracht verliest. Rijken verkopen hun bezit en laten de apostelen het geld verdelen onder de armen. Jacobus roept op om rijken geen voorkeursbehandeling te geven in de gemeenten. De weggelopen slaaf Onésimus werd bij zijn baas aanbevolen als broeder. Wat een krachtig getuigenis gaat daarvan uit!
In India hebben de afgelopen jaren veel dalits het christendom omarmd. De reden? Binnen deze godsdienst waren ze niet langer een onaanraakbare onderklasse. Hoe sterker de sociale scheiding in een land, hoe krachtiger het getuigenis van de kerk als ze haar roeping volgt. In Azië verloopt het maatschappelijk leven vaak volgens de strakke regels van de hiërarchie. Zelf heb ik daar ervaren wat een verademing het is om een groep christenen te bezoeken waarin die maatschappelijke muren wegvallen. Pas bezocht ik een kleine gemeente in Nederland waarin een gezin uit een asociaal milieu een plekje had gevonden. Misschien is het goed om eens na te gaan hoe onze christelijke vriendenkring of kerk op dit gebied de eenheid in Christus weerspiegelt.
Man en vrouw
Een derde facet van eenheid die Paulus noemt in Galaten 3:28 is die tussen de seksen. Voor veel vrouwen, toen en nu, betekent hun vrouw-zijn dat je behoort tot een nagenoeg rechteloze onderklasse. Hoe wilde Christus dat dit was in Zijn kerk? Petrus schrijft over vrouwen ‘als mede-erfgenamen van de genade van het eeuwige leven’ (1 Pet. 3:7). Paulus had vrouwelijke medearbeiders, over wie hij met groot respect sprak en die hij bij de gemeenten aanbeval. Als er in de Bijbel over het huwelijk wordt gesproken, is overduidelijk dat vrouwen recht hebben op liefde en bescherming van hun echtgenoten. Als het Evangelie in een land voet aan de grond krijgt, dan betekent dit heel vaak een aanzienlijke verbetering in de positie van vrouwen. Zij krijgen onderwijs, medische zorg en binnen de gemeenschap van gelovigen hebben ze de positie van ‘zuster in Christus’ in plaats van die van gebruiksvoorwerp, huisslaaf of ruilmiddel. Waar de wereld scheiding maakt en de ene groep rechten geeft boven de andere, is die scheiding binnen het lichaam van Christus opgeheven.
Hoe krijgt deze eenheid gestalte in onze kerken? Er zijn theologische verschillen over wat vrouwen wel en niet mogen doen in de kerk, maar dit hoeft de eenheid van gelovigen niet in de weg te staan. Belangrijker is de vraag of vrouwen met hun inzichten, inbreng, gaven en specifieke noden serieus genomen worden. Juist de kerk kan zich onderscheiden van de maatschappij door vrouwen te eren, te beschermen en niet als lustobjecten te behandelen. Zo wordt de kerk echt een licht voor de samenleving.
Reacties (7)
Meest gelezen
Recente reactie
Steun ons werk
Habakuk is een initiatief van Tot Heil des Volks. Wij zijn afhankelijk van giften.





