De kerk in het klein
‘Wij in het Westen hebben het probleem dat mensen ongehuwd samenwonen’, verzuchtte de Amerikaanse zendeling tegen plaatselijke gelovigen in Azië, ‘maar jullie hebben het probleem dat gehuwde mensen niet samenwonen.’ Hij had gelijk. Steeds vaker hoorden we van echtparen, zowel christenen als niet-christenen, die niet bij elkaar wonen. Dit had dan niets te maken met relatieproblemen, maar met economische mogelijkheden.
De man had bijvoorbeeld een baan kunnen krijgen in een andere stad, maar zijn vrouw wilde bij haar familie blijven wonen of haar baan niet opzeggen. Soms wilden de ouders dat de kinderen niet van school zouden veranderen, omdat het onderwijs in de andere stad minder goed zou zijn. In andere gevallen kregen de kinderen de kans om in het buitenland te gaan studeren en ging de moeder mee om voor hen te zorgen, terwijl de vader achterbleef om geld in het laatje te brengen.
Soms waren er zelfs zendelingen die hun gezinnen achterlieten omdat de scholing in het thuisland beter was. Dan mocht je blij zijn als papa zich één keer per jaar een paar weken liet zien. Echtscheiding of ongehuwd samenwonen zouden deze gelovigen nooit overwegen, maar een normaal gezins- en huwelijksleven opgeven voor economische motieven, dat was geen punt.
Geen prioriteit
Wij als Nederlands gezin konden daar maar moeilijk aan wennen. Natuurlijk, als het geld echt nodig was, dan zou zo'n stap nog begrijpelijk zijn. Maar dat was niet het geval voor de mensen die wij hebben ontmoet. Als ze het hadden gewild, was het in alle gevallen goed mogelijk geweest om als gezin bij elkaar te blijven. Het huwelijks- en gezinsleven was gewoon geen prioriteit. De moeder-kind band was wel belangrijk. In de meeste gevallen bleven moeders en kinderen bij elkaar wonen. Maar de huwelijksband was ondergeschikt aan de economische belangen van het gezin.
Berg geld
Toen we naar een ander land in de regio verhuisden, bleek dat de moeder-kind band ook niet overal heilig is. Waar we nu wonen, wordt ook deze relatie maar al te gemakkelijk opgegeven voor het grote geld. Het is hier eerder regel dan uitzondering dat vaak nog heel kleine kinderen worden achtergelaten bij grootouders of oppassers, terwijl ouders naar het buitenland vertrekken (vaak niet naar hetzelfde land) om daar rijk te worden door heel hard werken, meestal onder slechte omstandigheden.
Na een paar jaar komen ze terug met een berg geld, maar het valt voor de veelal laag opgeleide werkers niet mee om dat goed te beheren, en vaak raken ze het al snel weer kwijt.
Lui of dom
Omdat ouders gewend zijn geraakt aan een leven als single, vrij van de familiecontrole en met een goed inkomen, kunnen ze na thuiskomst vaak niet meer wennen aan het wonen bij hun gezin en het werken voor een veel lager loon. Vaak vertrekken ze dus weer. Het kind kan dan bijvoorbeeld met het geld dat de ouders verdienen naar een kostschool en verblijft in de vakanties bij verschillende oma's. Als dit lang zo doorgaat, kan zo'n gezin ook niet meer bij elkaar wonen, want dan zijn ze allemaal vreemden voor elkaar geworden. Toch vinden de ouders, vaak aangemoedigd door de grootouders, dat ze alleen maar hun plicht doen. Want als er geld te verdienen valt en je doet het niet, dan ben je lui of dom of allebei.
Het resultaat laat zich raden. Kinderen hebben helemaal geen interesse meer in hun ouders, alleen nog in het zakgeld dat ze opgestuurd krijgen. Huwelijkse trouw tussen echtgenoten is ver te zoeken. Uiteindelijk hebben mensen wel meer geld dan gemiddeld, maar zijn ze volkomen vereenzaamd.
Leven in overvloed
Dit doet me vaak denken aan de tekst in Johannes 10:10: ‘De dief komt niet dan om te slachten, te stelen en te verdelgen.’ Als ik het verdriet en de stuurloosheid zie van de generatie die hier nu opgroeit, kan ik dat alleen maar beamen.
Maar wat betekent het dat Christus gekomen is opdat we ‘leven hebben in overvloed’? Wat kunnen we als zendelingen op dit gebied laten zien van het leven in overvloed? Deze vraag is niet alleen relevant voor zendelingen op het veld, maar ook voor christenen in Nederland. Want al zijn de oorzaken voor een groot deel anders, ook in Nederland groeit een generatie op die getekend is door gebroken huwelijken en gebroken gezinnen.
Zendingstaak
In de sleur van de dagelijkse bezigheden realiseren we het ons misschien niet, maar in maatschappijen waarin zoveel mensen vereenzamen, heeft het christelijke gezin een belangrijke zendingstaak. Christelijke huwelijken en gezinnen kunnen een voorbeeld zijn van de zelfopofferende liefde die Jezus ons leerde. Binnen deze gezinnen leren kinderen – en vaak niet alleen de eigen kinderen – de beginselen van het christelijk geloof en krijgen ze als het goed is een dagelijks voorbeeld van wat het betekent om Jezus te volgen. In christelijke gezinnen kunnen gebroken mensen een veilige plek vinden om troost en genezing te ontvangen en kunnen zoekende mensen op de weg naar antwoorden worden gezet. Een christelijke vader kan voor zijn kinderen en mensen om het gezin heen laten zien wat het betekent dat God ons als een Vader liefheeft.
Het christelijk gezin is de kerk in het klein. In steden en buurten waar kerken niet duidelijk aanwezig mogen of kunnen zijn, is een christelijk gezin waarin mensen elkaar, in alle gebrekkigheid, liefhebben wellicht de duidelijkste uitdrukking van de genade van God die mensen verandert. Laten we ze ‘missionaire gezinnen’ noemen.
Reacties (2)
Meest gelezen
Recente reactie
Steun ons werk
Habakuk is een initiatief van Tot Heil des Volks. Wij zijn afhankelijk van giften.





