Bereid om te gaan?
Bidden, geven, gaan. Als je een zendingsconferentie bezoekt, wordt dit rijtje je al gauw onder je neus geschoven. Bidden wordt vaak gezien als de gemakkelijke optie, geven wordt al wat lastiger en gaan is alleen voor de echte fanatiekelingen.
We vergeten nogal eens dat het christendom niet iets Europees is. Er was een tijd dat onze voorvaderen in West-Europa vele goden aanbaden, die met offers tevreden gehouden moesten worden, soms zelfs met mensenoffers. Dat wij nu God mogen kennen door Christus, hebben we te danken aan zendelingen die hun leven ingezet hebben voor de onbereikte volken van Europa. Zij gingen in gehoorzaamheid aan dezelfde opdracht die nu nog steeds rust op de schouders van allen die Christus volgen.
Ook vandaag de dag is er geen andere manier voor mensen om het Evangelie te horen dan door gelovigen die bereid zijn hun koffers te pakken en het leven dat ze hadden achter zich te laten. Gebed en financiële ondersteuning van zending zijn geweldig, maar uiteindelijk zullen er mensen moeten gaan.
Speciale aandacht
Er zijn vele plekken en situaties waarin zending nog steeds hard nodig is. Allereerst de onbereikte bevolkingsgroepen. Er zijn nog vele honderden miljoenen mensen die deel uitmaken van bevolkingsgroepen die nauwelijks of in het geheel niet met het Evangelie in aanraking zijn geweest. Daarbij hoeft niet alleen gedacht te worden aan etnische groepen, maar ook aan sociale groepen. Bijvoorbeeld bepaalde kasten in India, gehandicapten, gevangenen, immigranten of prostituees. Deze groepen kunnen gemakkelijk worden ‘overgeslagen’, omdat zij zich weinig mengen met de gewone bevolking. Voor hen is dan speciale aandacht nodig.
Verder is zending nodig op plekken waar wel een plaatselijke gemeente is, maar waar deze hulp nodig heeft. Gedacht kan worden aan bijbelvertaalwerk, bijbelse vorming van plaatselijke leiders in traditionele zendingsgebieden, maar ook aan kleine vergrijsde Europese kerken die hulp nodig hebben om een nieuwe generatie te bereiken met het Evangelie.
Arm en laagopgeleid
Zending is ook nodig op plekken waar openingen zijn die de plaatselijke gelovigen niet kunnen vullen. Een Engelse docent in Azië heeft een prachtige kans om studenten over Christus te vertellen. Vele christenen in China zijn zo voor het eerst in aanraking gekomen met het geloof. In veel landen zijn christenen voornamelijk arm en laag opgeleid, of worden ze door vervolging naar de rand van de samenleving geduwd. Zij krijgen dan geen kansen om te evangeliseren in bijvoorbeeld de zakenwereld. Een christen-zakenman uit het buitenland kan dat wel.
Een andere belangrijke taak is zending op ondersteunende posten. Denk aan mensen die de bevoorrading regelen voor zendelingen op geïsoleerde plekken, onderwijzers op zendingsscholen, pastoraal begeleiders en personeel op de kantoren van de zendende organisaties thuis en op het veld.
Nuchter antwoord
Ik herinner me een gesprek tussen een zendingsleider en een jonge vrouw. Zij had het verlangen om voor lange termijn de zending in te gaan, maar wist niet of dat haar eigen verlangen was of dat God haar daartoe riep. De zendingsleider was nuchter. Hij antwoordde dat er maar zo weinig christenen voor lange termijn de zending in willen, dat ze zich daar niet druk over hoefde te maken. Het probleem was volgens hem eerder dat mensen die wel geroepen zijn niet willen dan dat mensen zonder een roeping de zending in gaan.
Vijftigplussers
Iedere christen heeft een roeping op het gebied van zending, maar voor de meesten is dat een roeping aan het thuisfront. Toch denk ik dat iedere christen zich serieus moet afvragen of het mogelijk is dat God hem of haar roept om te gaan. Er zijn namelijk allerlei soorten mensen nodig, niet alleen predikers, medici en onderwijzers.
Een groeiende groep binnen zendingsorganisaties zijn de vijftigplussers. Mensen met die hun handen vrij hebben omdat hun kinderen volwassen zijn, die levenservaring hebben, geestelijk volwassen zijn en die in veel landen door hun grijze haren meer voor elkaar kunnen krijgen dan jonge zendelingen. Zij worden vaak ingezet als managers van zendingsprojecten, als pastoraal begeleiders, als kantoorwerkers of als ‘ouders’ in weeshuizen en internaten voor zendingskinderen.
Alles is inzetbaar
Een groep die gemakkelijk toegang kan krijgen tot moeilijk toegankelijke landen zijn studenten. Steeds meer universiteiten bieden studies aan in het Engels op allerlei vakgebieden, speciaal voor buitenlandse studenten. Dit biedt een natuurlijke manier om met medestudenten in contact te komen en de taal en cultuur van een land te leren, zonder grote visumproblemen.
In een zeer moeilijk toegankelijk land was bijvoorbeeld vraag naar buitenlanders die verstand hadden van geiten verzorgen. Op een andere plaats was iemand nodig die ex-prostituees kookles kon geven. Een jonge christen kon aan de slag als fotomodel in een Aziatisch land waar zendelingen niet welkom zijn. Kortom, er zijn maar weinig gaven die niet inzetbaar zijn op het zendingsveld. Natuurlijk, niet iedereen is geschikt om in een ander land te wonen en werken. Maar we moeten onthouden dat volmaakte zendelingen niet bestaan. Het belangrijkste is de bereidheid om te leren, geestelijk te groeien en op God te vertrouwen.
Gods leiding
Bidden, geven en gaan. Drie manieren om gestalte te geven aan ons verlangen dat mensen Christus leren kennen. Laten we niet slechts een manier kiezen die ons wel ligt, maar bereid zijn om ons op verschillende manieren door God te laten gebruiken, zoals Hij ons hierin leidt.
Reacties (1)
Meest gelezen
Recente reactie
Steun ons werk
Habakuk is een initiatief van Tot Heil des Volks. Wij zijn afhankelijk van giften.





