Bidden voor zending is een avontuur
Bidden, geven, gaan. Als je als bezoeker op een zendingsconferentie komt, wordt dit rijtje je vaak onder je neus geschoven. Bidden wordt vaak gezien als de gemakkelijke optie, geven wordt al wat lastiger en gaan is alleen voor de echte fanatiekelingen. Maar als je vervolgens begint bij het bidden, kan het nog wel eens een grotere uitdaging blijken dan gedacht.
Gebed voor zending begint met geloof dat God iets doet in antwoord op ons gebed, niet alleen dichtbij, maar ook ver weg. Geloof dat wij door te bidden een instrument kunnen zijn in de verspreiding van het Evangelie op plekken waar we misschien nog nooit van gehoord hebben. We zijn vaak vertrouwd met het bidden voor alledaagse dingen, maar als we bidden voor zending, bidden we voor situaties en volken waarvan we ons vaak niet eens een voorstelling kunnen maken. Daarom is bidden voor zending een avontuur. We worden opgenomen in Gods grote verlossingsplan voor de mensheid. Onze gebeden worden, in al hun gebrekkigheid, door God gebruikt om Zijn koninkrijk te doen komen.
Waarvoor bidden?
Als we gaan bidden voor zending, is de vraag waarvoor we precies moeten bidden. De Bijbel geeft een paar duidelijke aanwijzingen. Als Jezus de dorpen is doorgegaan en ziet hoe opgejaagd de mensen zijn, zonder herder die hen leidt, dan is Hij met ontferming over hen bewogen. Hij zegt dan dat de oogst wel groot is, maar dat er te weinig arbeiders zijn. En Hij roept Zijn discipelen op te bidden dat de Here van de oogst arbeiders zal uitzenden in Zijn oogst (Mat. 9:38).
Omdat er vele honderden miljoenen mensen zijn die het Evangelie nog niet gehoord hebben, is deze opdracht nog steeds relevant voor ons. We kunnen dit in zijn algemeenheid bidden, maar het is ook goed om specifiek te zijn. Laten we bijvoorbeeld bidden dat God iemand uit onze kerk roept om zendingswerk te gaan doen. Of bid voor de vervulling van een specifieke vacature. Of misschien dringt God u om te bidden voor een bepaalde persoon, dat hij of zij naar het zendingsveld zal gaan.
Open ogen
Soms is het gebed om arbeiders voor de oogst een eerste stap naar het zendingsveld. Door dit te bidden opent God immers onze ogen voor de nood die er op sommige plekken is. Vorige week nog sprak ik een echtpaar dat jarenlang op het zendingsveld had gewerkt. Na terugkomst waren ze leiding gaan geven aan het thuiskantoor van de zendende organisatie. Zij hoorden van de nood in een bepaald moeilijk toegankelijk land, en organiseerden gebedsbijeenkomsten om de Here te bidden werkers naar dit land te sturen. Twee echtparen meldden zich aan en ze begeleidden hen naar het veld. Totdat ze zelf volkomen onverwacht een e-mailtje kregen met de vraag of ze de leiding van het team op zich wilden nemen. Nu, allebei in de vijftig en met volwassen kinderen, maken ze zich klaar om weer naar het zendingsveld te vertrekken.
Open deuren
Paulus vraagt de Kolossenzen of ze willen bidden dat God open deuren wil geven voor het Evangelie (Kol. 4:3,4). Recent stond er in deze rubriek een artikel over werken in ‘creatief toegankelijke landen’, landen waar geen toegang wordt verleend aan zendelingen. In deze landen moeten zendelingen eerst open deuren vinden om zich in het land te kunnen vestigen. Maar ook in landen waarin zendelingen zich vrij kunnen vestigen, zijn open deuren nodig, gelegenheden waarin het Evangelie gebracht kan worden. Denk aan Petrus die na zijn visioen in Joppe een open deur vond, toen hij door Cornelius werd uitgenodigd om het Evangelie aan hem en zijn hele huishouden te vertellen. Als we dan een goede gelegenheid krijgen om het Evangelie te verkondigen, zijn er open harten nodig. Dit kunnen we als zendelingen niet regelen, het is het werk van God, in antwoord op de gebeden van Zijn volk.
Concreet bidden
Ook hierin geldt dat het goed is om concreet te bidden. Het helpt onze motivatie als we zien wat er gebeurt in antwoord op onze gebeden. Bovendien is het bemoedigend voor de zendeling als mensen specifiek voor hun werk bidden. Het is goed om een zendeling eens te vragen tegen welke gesloten deuren hij aanloopt. Bijvoorbeeld een bepaalde groep mensen waar hij geen contact mee kan krijgen, een persoon die telkens geen interesse toont, of een vijandige houding van de plaatselijke overheid. De bidder kan hierin naast de zendeling gaan staan om te vragen of God deuren wil openen voor Zijn Woord.
Een laatste bijbelse aanwijzing voor het gebed voor zending is Efeze 6:19 en 20. Daar vraagt Paulus of de gelovigen willen bidden voor vrijmoedigheid om het Evangelie op een goede manier te kunnen brengen. Zendelingen, waar zij ook werken, hebben vrijmoedigheid nodig om de open deuren die God geeft ook ten volle te benutten. Vooral in situaties waar het brengen van het Evangelie veel geestelijke en fysieke tegenstand oproept. Maar ook in situaties waarin je riskeert voor gek te staan als je met het Evangelie aankomt. Christenen in het Westen zullen in veel gevallen begrijpen hoe belangrijk het gebed voor vrijmoedigheid is.
Menselijke kant
Naast deze geestelijke kant is er ook een menselijke kant waar gebed cruciaal is. Zendelingen verkeren vaak in een kwetsbare positie, zonder het vangnet van vrienden, familie en kerk. Het enige dat we op afstand voor hen kunnen doen als het moeilijk wordt, is bidden. Als u zendelingen kent, bidt dan voor hun gezondheid, voor voldoende financiën, een stabiel huwelijk, goede vriendschappen en voor de eventuele kinderen van de zendelingen.
Laat hen weten dat u dit doet, zodat ze zich getroost weten als het moeilijk is. Paulus zelf noemde ook de hulp die hij in moeilijke tijden had ontvangen door de voorbede van de gemeente van Corinthe: ‘Terwijl ook gij ons te hulp komt met uw voorbede’ (2 Cor. 1:8-11). Zo’n gebed is niet gemakkelijk. Het betekent zij aan zij strijden met hen in de frontlinie.
Reacties (0) - Schrijf een reactie
Meest gelezen
Recente reactie
Steun ons werk
Habakuk is een initiatief van Tot Heil des Volks. Wij zijn afhankelijk van giften.





